Remove Ads

German

Detailed Translations for entbinden from German to Dutch

entbinden:

entbinden verbe (entbinde, entbindest, entband, entbandet, entbunden)

  1. entbinden (gebären; zur Welt bringen)
    bevallen; baren; voortbrengen; ter wereld brengen
    • bevallen verbe (beval, bevalt, beviel, bevielen, bevallen)
    • baren verbe (baar, baart, baarde, baarden, gebaard)
    • voortbrengen verbe (breng voort, brengt voort, bracht voort, brachten voort, voortgebracht)
    • ter wereld brengen verbe (breng ter wereld, brengt ter wereld, bracht ter wereld, brachten ter wereld, ter wereld gebracht)
  2. entbinden (auflösen; abbrechen; beenden; )
    beëindigen; afbreken; ontbinden; opheffen; verbreken; stukmaken; verbrijzelen; forceren
    • beëindigen verbe (beëindig, beëindigt, beëindigde, beëindigden, beëindigd)
    • afbreken verbe (breek af, breekt af, brak af, braken af, afgebroken)
    • ontbinden verbe (ontbind, ontbindt, ontbond, ontbonden, ontbonden)
    • opheffen verbe (hef op, heft op, hief op, hieven op, opgeheven)
    • verbreken verbe (verbreek, verbreekt, verbrak, verbraken, verbroken)
    • stukmaken verbe (maak stuk, maakt stuk, maakte stuk, maakten stuk, stukgemaakt)
    • verbrijzelen verbe (verbrijzel, verbrijzelt, verbrijzelde, verbrijzelden, verbrijzeld)
    • forceren verbe (forceer, forceert, forceerde, forceerden, geforceerd)
  3. entbinden (jemanden von einer Verpflichtung entbinden; entlassen; freistellen; )
    ontslaan van een verplichting; ontlasten; vrijstellen; ontheffen
  4. entbinden (von Belagerern befreien; erlösen; befreien; entsetzen; entheben)
    bevrijden van belegeraars; verlossen; ontzetten
  5. entbinden (gewähren; lassen; hinterlassen; )
    laten; toelaten; permitteren
    • laten verbe (laat, liet, lieten, gelaten)
    • toelaten verbe (laat toe, liet toe, lieten toe, toegelaten)
    • permitteren verbe (permitteer, permitteert, permitteerde, permitteerden, gepermitteerd)
  6. entbinden (freimachen; entlassen; erlösen; )
    vrijmaken; bevrijden; emanciperen; vrijvechten; verlossen; banen
    • vrijmaken verbe (maak vrij, maakt vrij, maakte vrij, maakten vrij, vrijgemaakt)
    • bevrijden verbe (bevrijd, bevrijdt, bevrijdde, bevrijdden, bevrijd)
    • emanciperen verbe
    • vrijvechten verbe (vecht vrij, vocht vrij, vochten vrij, vrijgevochten)
    • verlossen verbe (verlos, verlost, verloste, verlosten, verlost)
    • banen verbe (baan, baant, baande, baanden, gebaand)
  7. entbinden (nicht festhalten; entlassen; freigeben; freilassen)
    laten gaan; laten lopen; niet vasthouden
  8. entbinden (freigeben; entlassen; freilassen)
    vrijgeven; vrijaf geven

Conjugations for entbinden:

Präsens
  1. entbinde
  2. entbindest
  3. entbinde
  4. entbinden
  5. entbindet
  6. entbinden
Imperfekt
  1. entband
  2. entbandest
  3. entband
  4. entbanden
  5. entbandet
  6. entbanden
Perfekt
  1. habe entbunden
  2. hast entbunden
  3. hat entbunden
  4. haben entbunden
  5. habt entbunden
  6. haben entbunden
1. Konjunktiv [1]
  1. entbinde
  2. entbindest
  3. entbinde
  4. entbinden
  5. entbindet
  6. entbinden
2. Konjunktiv
  1. entbände
  2. entbändest
  3. entbände
  4. entbänden
  5. entbändet
  6. entbänden
Futur 1
  1. werde entbinden
  2. wirst entbinden
  3. wird entbinden
  4. werden entbinden
  5. werdet entbinden
  6. werden entbinden
1. Konjunktiv [2]
  1. würde entbinden
  2. würdest entbinden
  3. würde entbinden
  4. würden entbinden
  5. würdet entbinden
  6. würden entbinden
Diverses
  1. entbinde
  2. entbindet!
  3. entbinden Sie!
  4. entbunden
  5. entbindend
1. ich, 2. du/Sie, 3. er/sie/es, 4. wir, 5. ihr/Sie, 6. sie

Synonyms for "entbinden":

  • zur Welt bringen; auf die Welt bringen; entbunden werden; gebären; in den Wehen liegen; kreißen; niederkommen
  • abservieren; abdanken lassen; absägen; auf die Straße setzen; entlassen; entpflichten; feuern; freistellen; kündigen; rausschmeißen; rauswerfen; schassen; zur Tür rauskehren

External Machine Translations:
Images:

Related Translations for entbinden



Remove Ads

Remove Ads