Summary


Spanish

Detailed Translations for isolar from Spanish to Dutch

isolar:

isolar verbe

  1. isolar
    afdichten; dichten
    • afdichten verbe (dicht af, dichtte af, dichtten af, afgedicht)
    • dichten verbe (dicht, dichtte, dichtten, gedicht)
  2. isolar (hacer enfriar por largo tiempo)
    koudebestendig maken; isoleren
    • koudebestendig maken verbe (maak koudebestendig, maakt koudebestendig, maakte koudebestendig, maakten koudebestendig, koudebestendig gemaakt)
    • isoleren verbe (isoleer, isoleert, isoleerde, isoleerden, geïsoleerd)

Translation Matrix for isolar:

NounRelated TranslationsOther Translations
dichten escritura de poesía
VerbRelated TranslationsOther Translations
afdichten isolar
dichten isolar calafatear; cerrar; cerrar herméticamente; escribir poesía; poetizar; tapar; versificar
isoleren hacer enfriar por largo tiempo; isolar aislar; alejar de; apartar; bifurcarse; detener; encarcelar; escindir; guardar; incomunicar; inhibirse; poner aparte; separar
koudebestendig maken hacer enfriar por largo tiempo; isolar