Remove Ads

French

Detailed Translations for crever from French to Dutch

crever:

crever verbe

  1. crever (mourir; décéder; être tué; )
    overlijden; sterven; vallen; doodgaan; bezwijken; omkomen; sneuvelen; heengaan; wegvallen; inslapen
    • overlijden verbe (overlijd, overlijdt, overleed, overleden, overleden)
    • sterven verbe (sterf, sterft, stierf, stierven, getorven)
    • vallen verbe (val, valt, viel, vielen, gevallen)
    • doodgaan verbe (ga dood, gaat dood, ging dood, gingen dood, doodgegaan)
    • bezwijken verbe (bezwijk, bezwijkt, bezweek, bezweken, bezweken)
    • omkomen verbe (kom om, komt om, kwam om, kwamen om, omgekomen)
    • sneuvelen verbe (sneuvel, sneuvelt, sneuvelde, sneuvelden, gesneuveld)
    • heengaan verbe (ga heen, gaat heen, ging heen, gingen heen, heengegaan)
    • wegvallen verbe (val weg, valt weg, viel weg, vielen weg, weggevallen)
    • inslapen verbe (slaap in, slaapt in, sliep in, sliepen in, ingeslapen)
  2. crever (exploser; péter; éclater; )
    ontploffen; uit elkaar spatten; springen; uit elkaar springen; ploffen
    • ontploffen verbe (ontplof, ontploft, ontplofte, ontploften, ontploft)
    • uit elkaar spatten verbe (spat uit elkaar, spatte uit elkaar, spatten uit elkaar, uit elkaar gespat)
    • springen verbe (spring, springt, sprong, sprongen, gesprongen)
    • uit elkaar springen verbe (spring uit elkaar, springt uit elkaar, sprong uit elkaar, sprongen uit elkaar, uit elkaar gesprongen)
    • ploffen verbe (plof, ploft, plofte, ploften, geploft)
  3. crever (agoniser)
    verrekken; creperen; zieltogen
    • verrekken verbe (verrek, verrekt, verrekte, verrekten, verrekt)
    • creperen verbe (crepeer, crepeert, crepeerde, crepeerden, gecrepeerd)
    • zieltogen verbe (zieltoog, zieltoogt, zieltoogde, zieltoogden, gezieltoogd)
  4. crever (décéder; mourir; trépasser; s'endormir; rendre l'âme)
    overlijden; sterven; doodgaan; heengaan; inslapen; ontslapen; verscheiden
    • overlijden verbe (overlijd, overlijdt, overleed, overleden, overleden)
    • sterven verbe (sterf, sterft, stierf, stierven, getorven)
    • doodgaan verbe (ga dood, gaat dood, ging dood, gingen dood, doodgegaan)
    • heengaan verbe (ga heen, gaat heen, ging heen, gingen heen, heengegaan)
    • inslapen verbe (slaap in, slaapt in, sliep in, sliepen in, ingeslapen)
    • ontslapen verbe (ontslaap, ontslaapt, ontsliep, ontsliepen, ontslapen)
    • verscheiden verbe (verscheid, verscheidt, verscheidde, verscheidden, verscheiden)
  5. crever (percer; transpercer; faire passer; perforer)
    doorsteken; erdoor steken
  6. crever (foutre; crevasser; se fendre; )
    barsten; kunnen stikken

Conjugations for crever:

Présent
  1. crève
  2. crèves
  3. crève
  4. crevons
  5. crevez
  6. crèvent
imparfait
  1. crevais
  2. crevais
  3. crevait
  4. crevions
  5. creviez
  6. crevaient
passé simple
  1. crevai
  2. crevas
  3. creva
  4. crevâmes
  5. crevâtes
  6. crevèrent
futur simple
  1. creverai
  2. creveras
  3. crevera
  4. creverons
  5. creverez
  6. creveront
subjonctif présent
  1. que je crève
  2. que tu crèves
  3. qu'il crève
  4. que nous crevions
  5. que vous creviez
  6. qu'ils crèvent
conditionnel présent
  1. creverais
  2. creverais
  3. creverait
  4. creverions
  5. creveriez
  6. creveraient
passé composé
  1. ai crevé
  2. as crevé
  3. a crevé
  4. avons crevé
  5. avez crevé
  6. ont crevé
divers
  1. crève!
  2. crevez!
  3. crevons!
  4. crevé
  5. crevant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Synonyms for "crever":


External Machine Translations:
Images:

Related Translations for crever



Remove Ads

Remove Ads