Remove Ads

French

Detailed Translations for embarquer from French to Dutch

embarquer:

embarquer verbe

  1. embarquer (charger; affréter)
    laden; inladen
    • laden verbe (laad, laadt, laadde, laadden, geladen)
    • inladen verbe (laad in, laadt in, laadde in, laadden in, ingeladen)
  2. embarquer (partir; prendre la mer; quitter; )
    verlaten; afreizen; wegtrekken; heengaan; verdwijnen; wegreizen
    • verlaten verbe (verlaat, verliet, verlieten, verlaten)
    • afreizen verbe (reis af, reist af, reisde af, reisden af, afgereisd)
    • wegtrekken verbe (trek weg, trekt weg, trok weg, trokken weg, weggetrokken)
    • heengaan verbe (ga heen, gaat heen, ging heen, gingen heen, heengegaan)
    • verdwijnen verbe (verdwijn, verdwijnt, verdween, verdwenen, verdwenen)
    • wegreizen verbe (reis weg, reist weg, reisde weg, reisden weg, weggereisd)
  3. embarquer (s'embarquer; monter à bord; prendre le bateau)
    aan boord gaan; inschepen; scheep gaan
    • aan boord gaan verbe (ga aan boord, gaat aan boord, ging aan boord, gingen aan boord, aan boord gegaan)
    • inschepen verbe (scheep in, scheept in, scheepte in, scheepten in, ingescheept)
    • scheep gaan verbe (ga scheep, gaat scheep, ging scheep, gingen scheep, scheep gegaan)
  4. embarquer (grimper à bord; monter à bord; s'embarquer; prendre le bateau)
    aan boord gaan; aan boord klimmen
    • aan boord gaan verbe (ga aan boord, gaat aan boord, ging aan boord, gingen aan boord, aan boord gegaan)
    • aan boord klimmen verbe (klim aan boord, klimt aan boord, klom aan boord, klommen aan boord, aan boord geklommen)
  5. embarquer
    van wal steken; van wal gaan
  6. embarquer (expédier par bateau; transporter par eau)
    verschepen
    • verschepen verbe (verscheep, verscheept, verscheepte, verscheepten, verscheept)

Conjugations for embarquer:

Présent
  1. embarque
  2. embarques
  3. embarque
  4. embarquons
  5. embarquez
  6. embarquent
imparfait
  1. embarquais
  2. embarquais
  3. embarquait
  4. embarquions
  5. embarquiez
  6. embarquaient
passé simple
  1. embarquai
  2. embarquas
  3. embarqua
  4. embarquâmes
  5. embarquâtes
  6. embarquèrent
futur simple
  1. embarquerai
  2. embarqueras
  3. embarquera
  4. embarquerons
  5. embarquerez
  6. embarqueront
subjonctif présent
  1. que j'embarque
  2. que tu embarques
  3. qu'il embarque
  4. que nous embarquions
  5. que vous embarquiez
  6. qu'ils embarquent
conditionnel présent
  1. embarquerais
  2. embarquerais
  3. embarquerait
  4. embarquerions
  5. embarqueriez
  6. embarqueraient
passé composé
  1. ai embarqué
  2. as embarqué
  3. a embarqué
  4. avons embarqué
  5. avez embarqué
  6. ont embarqué
divers
  1. embarque!
  2. embarquez!
  3. embarquons!
  4. embarqué
  5. embarquant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Synonyms for "embarquer":


External Machine Translations:
Images:

Related Translations for embarquer



Remove Ads

Remove Ads