Summary
French to Dutch: more detail...
-
mettre en marche:
- in werking stellen; opstarten; werken; opereren; manipuleren; te werk gaan; procederen; optreden; handelen; leven; starten; beginnen; aanvangen; van start gaan; inschakelen; aanzetten; aandoen; aanmaken; aandraaien; opwekken; aansporen; stimuleren; aandrijven; prikkelen; opkrikken; aanzwengelen; aanslingeren; ondernemen; aangaan; inluiden; aanbreken; een begin nemen; ter sprake brengen; aansnijden; entameren; openen; opwerpen; gesprek aanknopen; te berde brengen; aankaarten; aanknopen
French
Detailed Translations for mettre en marche from French to Dutch
mettre en marche:
-
mettre en marche (déclencher; démarer)
in werking stellen; opstarten-
in werking stellen verbe (stel in werking, stelt in werking, stelde in werking, stelden in werking, in werking gesteld)
-
-
mettre en marche (s'y prendre; opérer; procéder; faire marcher; agir; manipuler; faire un procès à; s'occuper de)
werken; opereren; manipuleren; te werk gaan; procederen; optreden; handelen; leven-
manipuleren verbe
-
mettre en marche (commencer; commencer à; démarrer; lancer; prendre; faire; débuter; entamer; envoyer; partir; entrer en vigueur; donner le signal du départ pour; engager; entreprendre; ouvrir; se mettre en mouvement; amorcer; toucher; activer; s'activer)
-
mettre en marche (allumer; brancher sur; établir le contact; faire marcher; faire fonctionner; mettre en circuit)
-
mettre en marche (mettre en circuit; enclencher; faire fonctionner)
-
mettre en marche (aguillonner; inciter; stimuler; pousser; actionner)
-
mettre en marche (démarrer à la manivelle)
-
mettre en marche (entreprendre; engager; commencer; prendre; entamer; démarrer; débuter; toucher)
-
mettre en marche (inaugurer; démarrer; commencer; annoncrer; lancer)
-
mettre en marche (débuter; ouvrir; commencer; partir; lancer; démarrer; entreprendre; se mettre en mouvement; entamer; étrenner; entrer en vigueur; s'activer; s'y mettre)
-
mettre en marche (entamer la conversation; ouvrir; entamer; aborder; avancer; lancer; démarrer; inaugurer; proposer; mettre sur la table; mettre sur le tapis)
ter sprake brengen; aansnijden; starten; entameren; openen; opwerpen; gesprek aanknopen; te berde brengen; aankaarten; aanknopen-
ter sprake brengen verbe (breng ter sprake, brengt ter sprake, bracht ter sprake, brachten ter sprake, tersprake gebracht)
-
entameren verbe
-
gesprek aanknopen verbe
-
te berde brengen verbe (breng te berde, brengt te berde, bracht te berde, brachten te berde, bracht te berde)
-
Synonyms for "mettre en marche":
External Machine Translations:
Images: