Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. terugbetaling:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for terugbetaling from Dutch to English

terugbetaling:

terugbetaling [de ~ (v)] nom

  1. de terugbetaling (restitutie)
    the reimbursement; the restitution; the refund; the repayment; the indemnification; the indemnity

Translation Matrix for terugbetaling:

NounRelated TranslationsOther Translations
indemnification restitutie; terugbetaling afkoopwaarde; compensatie; herstelbetaling; indemnisatie; indemniteit; schade-uitkering; schadeloosstelling; schadevergoeding; tegemoetkoming; uitbetalingen bij schade; vergoeding
indemnity restitutie; terugbetaling herstelbetaling; indemnisatie; indemniteit; schade-uitkering; schadeloosstelling; schadevergoeding; smartengeld; uitbetalingen bij schade; vergoeding
refund restitutie; terugbetaling teruggave; weergave
reimbursement restitutie; terugbetaling herstelbetaling; indemnisatie; restitueren; schade-uitkering; schadeloosstelling; schadevergoeding; teruggave; uitbetalingen bij schade; vergoeden; vergoeding; weergave
repayment restitutie; terugbetaling herstelbetaling; indemnisatie; restitueren; schade-uitkering; schadeloosstelling; schadevergoeding; uitbetalingen bij schade; vergoeden; vergoeding
restitution restitutie; terugbetaling herstelbetaling; indemnisatie; schade-uitkering; schadeloosstelling; schadevergoeding; teruggave; uitbetalingen bij schade; vergoeding; weergave
VerbRelated TranslationsOther Translations
refund restitueren

Related Words for "terugbetaling":


Wiktionary Translations for terugbetaling:


Cross Translation:
FromToVia
terugbetaling rebate; discount; collateral; dividend; refund; reimbursement; security ristourne — (term, Assurances maritimes) annulation d’un contrat d’assurance au profit de l’assureur.