Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. contour:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for contour from Dutch to English

contour:

contour [de ~ (m)] nom

  1. de contour (omlijning; omtrek)
    the outline

Translation Matrix for contour:

NounRelated TranslationsOther Translations
outline contour; omlijning; omtrek afmeting van omlijning; aftekening; basislijn; grondlijn; hoofdlijn; hoofdlijn in plan of verhaal; omtrek; overzicht; tekening; vorm
VerbRelated TranslationsOther Translations
outline afbakenen; afpalen; afschilderen; afzetten; begrenzen; bepalen; beschrijven; definiëren; kort weergeven; omlijnen; omschrijven; samenvatten; schetsen

Related Words for "contour":

  • contouren

Wiktionary Translations for contour:

contour
noun
  1. exterior limit of a figure, plat, or territory; boundary; contour; outline