Dutch

Detailed Translations for deflatie from Dutch to English

deflatie:

deflatie [de ~ (v)] nom

  1. de deflatie (prijsdaling; prijsverlaging; baisse)
    the reduction; the rebate; the discount; the drop in prices; the price-cut; the fall; the weakness; the sell short; the recession; the softness
  2. de deflatie (prijsverlaging; prijsdaling)
    the deflation; the price reduction; the drop in price; the price cut; the fall in price
  3. de deflatie
    the deflation

Translation Matrix for deflatie:

NounRelated TranslationsOther Translations
deflation deflatie; prijsdaling; prijsverlaging
discount baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging disconto; discount; discountwinkel; discountzaak; korting; prijsverlaging; rabat; reductie
drop in price deflatie; prijsdaling; prijsverlaging
drop in prices baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging koersdaling; koersverlaging
fall baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging achteruitgang; afname; daling; herfst; herfsttijd; instorting; inzinking; landing; minder worden; najaar; neervallen; terechtkomen; teruggang; terugloop; val; vermindering
fall in price deflatie; prijsdaling; prijsverlaging
price cut deflatie; prijsdaling; prijsverlaging
price reduction deflatie; prijsdaling; prijsverlaging korting; prijsdaling; prijsvermindering; reductie
price-cut baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging
rebate baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging aftrek; aftrekking; deductie; korting; prijsverlaging; rabat; reductie; vermindering
recession baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging malaise; recessie; slapheid; slapte
reduction baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging bekorting; besnoeiing; besparing; bezuiniging; herleiding; inkorting; inkrimping; inname; kleiner maken; korting; kostenbesparing; prijsvermindering; rabat; reduceren; reductie; simplificatie; vereenvoudiging; verkleining; verkorting; vernedering
sell short baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging
softness baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging weekheid; zachtheid
weakness baisse; deflatie; prijsdaling; prijsverlaging flauwheid; krachteloosheid; laksheid; slapheid; slapte; sulligheid; weekheid; weekte; zachtheid; zonder veel smaak; zwak punt; zwakheid; zwakte
VerbRelated TranslationsOther Translations
discount disconteren
fall bezwijken; doodgaan; erin vallen; flikkeren; heengaan; inslapen; kelderen; kiepen; kieperen; omkomen; ondergaan; onderuitgaan; op zijn bek gaan; overlijden; raken; sneuvelen; sodemieteren; sterven; te gronde gaan; ten ondergaan; ten val komen; terechtkomen; treffen; tuimelen; vallen; wegvallen; zakken

Wiktionary Translations for deflatie:

deflatie
noun
  1. het vallen van het prijspeil waardoor het geld in waarde toeneemt
  2. proces waarbij gesteenten door de wind worden afgesleten
deflatie
noun
  1. decrease in the general price level