Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. meer:
  2. meren:
  3. User Contributed Translations for meer:
    • anymore

Remove Ads

Dutch

Detailed Translations for meer from Dutch to English

meer:

meer adj

  1. meer
    more
  2. meer (extra; aanvullend)
    extra; additional
    – further or added 1
    • extra adj
      • need extra help1
      • an extra pair of shoes1
    • additional adj
      • called for additional troops1

meer [de ~ (m)] nom

  1. de meer (zoetwatermeer)
    the lake; the pond

meer [de ~ (m)] nom

  1. de meer
    the lake

Related Words for "meer":

  • meren, meers, meertje, meertjes

Synonyms for "meer":


Antonyms for "meer":


Related Definitions for "meer":

  1. nog iets erbij, een grotere hoeveelheid dan gewoonlijk2
    • ik kreeg meer geld dan vorige week2
  2. grote waterplas, omgeven door land2
    • we gaan naar het meer van Genève2
  3. vaker2
    • dat moet je meer doen!2
  4. naast dat wat al genoemd is2
    • wie waren er nog meer?2

meer form of meren:

meren [de ~] nom, pluriel

  1. de meren
    the lakes

meren verbe (meer, meert, meerde, meerden, gemeerd)

  1. meren (vastmeren; aanleggen; aanmeren; )
    to anchor
    – fix firmly and stably 1
    • anchor verbe (anchors, anchored, anchoring)
      • anchor the lamppost in concrete1
    to moor; to tie up; to fasten
    • moor verbe (moors, moored, mooring)
    • tie up verbe (ties up, tied up, tying up)
    • fasten verbe (fastens, fastened, fastening)

Conjugations for meren:

o.t.t.
  1. meer
  2. meert
  3. meert
  4. meren
  5. meren
  6. meren
o.v.t.
  1. meerde
  2. meerde
  3. meerde
  4. meerden
  5. meerden
  6. meerden
v.t.t.
  1. heb gemeerd
  2. hebt gemeerd
  3. heeft gemeerd
  4. hebben gemeerd
  5. hebben gemeerd
  6. hebben gemeerd
v.v.t.
  1. had gemeerd
  2. had gemeerd
  3. had gemeerd
  4. hadden gemeerd
  5. hadden gemeerd
  6. hadden gemeerd
o.t.t.t.
  1. zal meren
  2. zult meren
  3. zal meren
  4. zullen meren
  5. zullen meren
  6. zullen meren
o.v.t.t.
  1. zou meren
  2. zou meren
  3. zou meren
  4. zouden meren
  5. zouden meren
  6. zouden meren
en verder
  1. ben gemeerd
  2. bent gemeerd
  3. is gemeerd
  4. zijn gemeerd
  5. zijn gemeerd
  6. zijn gemeerd
diversen
  1. meer!
  2. meert!
  3. gemeerd
  4. merend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Related Words for "meren":


User Translations:
Word Translation Votes
meer anymore 4 / 17

External Machine Translations:
Images:

Related Translations for meer



Remove Ads

Remove Ads