Dutch

Detailed Translations for voorbehouden from Dutch to English

voorbehouden:

voorbehouden verbe (behoud voor, behoudt voor, behield voor, behielden voor, voorbehouden)

  1. voorbehouden (reserveren)
    to reserve; to allocate; to set aside; to put aside; to put away
    • reserve verbe (reserves, reserved, reserving)
    • allocate verbe (allocates, allocated, allocating)
    • set aside verbe (sets aside, set aside, setting aside)
    • put aside verbe (puts aside, put aside, putting aside)
    • put away verbe (puts away, put away, putting away)

Conjugations for voorbehouden:

o.t.t.
  1. behoud voor
  2. behoudt voor
  3. behoudt voor
  4. behouden voor
  5. behouden voor
  6. behouden voor
o.v.t.
  1. behield voor
  2. behield voor
  3. behield voor
  4. behielden voor
  5. behielden voor
  6. behielden voor
v.t.t.
  1. heb voorbehouden
  2. hebt voorbehouden
  3. heeft voorbehouden
  4. hebben voorbehouden
  5. hebben voorbehouden
  6. hebben voorbehouden
v.v.t.
  1. had voorbehouden
  2. had voorbehouden
  3. had voorbehouden
  4. hadden voorbehouden
  5. hadden voorbehouden
  6. hadden voorbehouden
o.t.t.t.
  1. zal voorbehouden
  2. zult voorbehouden
  3. zal voorbehouden
  4. zullen voorbehouden
  5. zullen voorbehouden
  6. zullen voorbehouden
o.v.t.t.
  1. zou voorbehouden
  2. zou voorbehouden
  3. zou voorbehouden
  4. zouden voorbehouden
  5. zouden voorbehouden
  6. zouden voorbehouden
diversen
  1. behoud voor!
  2. behoudt voor!
  3. voorbehouden
  4. voorbehoudend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for voorbehouden:

NounRelated TranslationsOther Translations
reserve bedeesdheid; gereserveerdheid; geslotenheid; reserve; reservist; schroom; schuwheid; terughoudendheid; timiditeit; verlegenheid
VerbRelated TranslationsOther Translations
allocate reserveren; voorbehouden bespreken; gunnen; iets toekennen; plaats toekennen; plaatsen; reis boeken; reserveren; toebedelen; toekennen; toewijzen; vastleggen
put aside reserveren; voorbehouden achterhouden; behouden; bespreken; opzijleggen; opzijzetten; reis boeken; reserveren; terughouden; vastleggen
put away reserveren; voorbehouden achterhouden; behouden; bergen; bespreken; bewaren; nuttigen; opbergen; opruimen; opzij leggen; opzijleggen; reis boeken; reserveren; stallen; terughouden; van zich afzetten; vastleggen; verschalken; wegbergen; wegsluiten; wegsteken; wegstoppen; wegzetten
reserve reserveren; voorbehouden achterhouden; behouden; bespreken; opzijleggen; reis boeken; reserveren; terughouden; vastleggen
set aside reserveren; voorbehouden achterhouden; behouden; bespreken; opzijleggen; opzijzetten; reis boeken; reserveren; terughouden; vastleggen
ModifierRelated TranslationsOther Translations
put aside gereserveerd; opzijgezet
set aside gereserveerd; opzijgezet

Related Words for "voorbehouden":


voorbehouden form of voorbehoud:

voorbehoud [het ~] nom

  1. het voorbehoud (voorwaarde; restrictie)
    the restriction; the reservation

Translation Matrix for voorbehoud:

NounRelated TranslationsOther Translations
reservation restrictie; voorbehoud; voorwaarde boeking; inschrijving; plaatsbespreking; reservering
restriction restrictie; voorbehoud; voorwaarde begrenzing; beperking; grens; limiet; restrictie

Related Words for "voorbehoud":


Wiktionary Translations for voorbehoud:

voorbehoud
noun
  1. a qualification or exemption
  2. conditional provision to an agreement

Cross Translation:
FromToVia
voorbehoud reservation; reserve; reserves; supply; resource; stock; store; administration; pantry; storehouse; storeroom; victuals; box-room; storage room; cache; without reserve réserveaction de réserver.