Summary
Dutch to Spanish: more detail...
-
vergaan:
- pudrirse; podrirse; caducar; hundirse; derrumbarse; caer en ruina; deshacerse; decaer; declinar; desmoronarse; desplomarse; desintegrarse; desmedrar; fragmentarse; descomponerse; pasar; expirar; transcurrir; avanzar; caer; fracasar; fallar; gastarse
- corrompido; malo; indecente; inmoral; rancio; maligno; perverso; vicioso
- podredumbre; descomposición; putrefacción; liquidación; disolución; eliminación; degradación; degeneración
Dutch
Detailed Translations for vergaan from Dutch to Spanish
vergaan:
-
vergaan (bederven; rotten; verrotten; wegrotten)
-
vergaan (vervallen; verkommeren)
caducar; hundirse; derrumbarse; caer en ruina; deshacerse; decaer; declinar; desmoronarse; desplomarse; desintegrarse; desmedrar; fragmentarse-
caducar verbe
-
hundirse verbe
-
derrumbarse verbe
-
caer en ruina verbe
-
deshacerse verbe
-
decaer verbe
-
declinar verbe
-
desmoronarse verbe
-
desplomarse verbe
-
desintegrarse verbe
-
desmedrar verbe
-
fragmentarse verbe
-
-
vergaan (wegrotten; ontbinden; rotten; verrotten; verteren)
-
vergaan (verstrijken; voorbijgaan; verlopen; vervallen; aflopen)
pasar; expirar; transcurrir; avanzar; declinar-
pasar verbe
-
expirar verbe
-
transcurrir verbe
-
avanzar verbe
-
declinar verbe
-
-
vergaan (ten onder gaan)
-
vergaan (achteruitgaan; teruggaan; instorten; verteren; bezwijken; verrotten; wegrotten; tenondergaan; zinken)
Conjugations for vergaan:
o.t.t.
- verga
- vergaat
- vergaat
- vergaan
- vergaan
- vergaan
o.v.t.
- verging
- verging
- verging
- vergingen
- vergingen
- vergingen
v.t.t.
- ben vergaan
- bent vergaan
- is vergaan
- zijn vergaan
- zijn vergaan
- zijn vergaan
v.v.t.
- was vergaan
- was vergaan
- was vergaan
- waren vergaan
- waren vergaan
- waren vergaan
o.t.t.t.
- zal vergaan
- zult vergaan
- zal vergaan
- zullen vergaan
- zullen vergaan
- zullen vergaan
o.v.t.t.
- zou vergaan
- zou vergaan
- zou vergaan
- zouden vergaan
- zouden vergaan
- zouden vergaan
diversen
- verga!
- vergaat!
- vergaan
- vergaand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
vergaan (verrotten; ontbinding; verwording; bederven; bederf)
el podredumbre; la descomposición; la putrefacción; la liquidación; la disolución; la eliminación; la degradación; la degeneración
External Machine Translations:
Images: