Dutch
Detailed Translations for afgezonderd from Dutch to French
afgezonderd:
-
afgezonderd (desolaat; eenzaam; verlaten)
-
afgezonderd (in quarantaine)
en quarantaine; solitaire; seul; isolé; délaissé; solitairement-
en quarantaine adj
-
solitaire adj
-
seul adj
-
isolé adj
-
délaissé adj
-
solitairement adj
-
Related Words for "afgezonderd":
afgezonderd form of afzonderen:
-
afzonderen (afscheiden; isoleren; afsplitsen)
-
afzonderen (apart zetten; isoleren)
séparer; mettre de côté; isoler; mettre à l'écart-
séparer verbe
-
mettre de côté verbe
-
isoler verbe
-
mettre à l'écart verbe
-
-
afzonderen (separeren; scheiden; afscheiden; splitsen; afsplitsen)
séparer; découpler; détacher; fissionner; dissocier-
séparer verbe
-
découpler verbe
-
détacher verbe
-
fissionner verbe
-
dissocier verbe
-
-
afzonderen
séparer; isoler; réserver; mettre à part; tenir à l'écart-
séparer verbe
-
isoler verbe
-
réserver verbe
-
mettre à part verbe
-
tenir à l'écart verbe
-
-
afzonderen (verwijderen; afnemen; ecarteren; weghalen; lichten; verplaatsen; wegnemen; wegdoen; wegbrengen; vervreemden; wegwerken)
Conjugations for afzonderen:
o.t.t.
- zonder af
- zondert af
- zondert af
- zonderen af
- zonderen af
- zonderen af
o.v.t.
- zonderde af
- zonderde af
- zonderde af
- zonderden af
- zonderden af
- zonderden af
v.t.t.
- heb afgezonderd
- hebt afgezonderd
- heeft afgezonderd
- hebben afgezonderd
- hebben afgezonderd
- hebben afgezonderd
v.v.t.
- had afgezonderd
- had afgezonderd
- had afgezonderd
- hadden afgezonderd
- hadden afgezonderd
- hadden afgezonderd
o.t.t.t.
- zal afzonderen
- zult afzonderen
- zal afzonderen
- zullen afzonderen
- zullen afzonderen
- zullen afzonderen
o.v.t.t.
- zou afzonderen
- zou afzonderen
- zou afzonderen
- zouden afzonderen
- zouden afzonderen
- zouden afzonderen
diversen
- zonder af!
- zondert af!
- afgezonderd
- afzonderende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Synonyms for "afzonderen":
Related Definitions for "afzonderen":
External Machine Translations:
Images: