Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. tevoren zien:


Dutch

Detailed Translations for tevoren zien from Dutch to French

tevoren zien:

tevoren zien verbe (zie tevoren, ziet tevoren, zag tevoren, zagen tevoren, tevoren gezien)

  1. tevoren zien (voorzien)
    prévoir; anticiper; augurer; entrevoir
    • prévoir verbe (prévois, prévoit, prévoyons, prévoyez, )
    • anticiper verbe (anticipe, anticipes, anticipons, anticipez, )
    • augurer verbe (augure, augures, augurons, augurez, )
    • entrevoir verbe (entrevois, entrevoit, entrevoyons, entrevoyez, )

Conjugations for tevoren zien:

o.t.t.
  1. zie tevoren
  2. ziet tevoren
  3. ziet tevoren
  4. zien tevoren
  5. zien tevoren
  6. zien tevoren
o.v.t.
  1. zag tevoren
  2. zag tevoren
  3. zag tevoren
  4. zagen tevoren
  5. zagen tevoren
  6. zagen tevoren
v.t.t.
  1. heb tevoren gezien
  2. hebt tevoren gezien
  3. heeft tevoren gezien
  4. hebben tevoren gezien
  5. hebben tevoren gezien
  6. hebben tevoren gezien
v.v.t.
  1. had tevoren gezien
  2. had tevoren gezien
  3. had tevoren gezien
  4. hadden tevoren gezien
  5. hadden tevoren gezien
  6. hadden tevoren gezien
o.t.t.t.
  1. zal tevoren zien
  2. zult tevoren zien
  3. zal tevoren zien
  4. zullen tevoren zien
  5. zullen tevoren zien
  6. zullen tevoren zien
o.v.t.t.
  1. zou tevoren zien
  2. zou tevoren zien
  3. zou tevoren zien
  4. zouden tevoren zien
  5. zouden tevoren zien
  6. zouden tevoren zien
en verder
  1. ben tevoren gezien
  2. bent tevoren gezien
  3. is tevoren gezien
  4. zijn tevoren gezien
  5. zijn tevoren gezien
  6. zijn tevoren gezien
diversen
  1. zie tevoren!
  2. ziet tevoren!
  3. tevoren gezien
  4. tevoren ziend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for tevoren zien:

VerbRelated TranslationsOther Translations
anticiper tevoren zien; voorzien anticiperen; naar voren plaatsen; vervroegen; vooruitkijken; vooruitlopen op; vroeger uitvoeren dan gepland
augurer tevoren zien; voorzien voortellen
entrevoir tevoren zien; voorzien
prévoir tevoren zien; voorzien incalculeren; plannen; verdisconteren

Related Translations for tevoren zien