Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. verzengen:


Dutch

Detailed Translations for verzengen from Dutch to French

verzengen:

verzengen verbe

  1. verzengen (branden; verschroeien; zengen; blakeren)
    brûler; roussir; flamber; griller
    • brûler verbe (brûle, brûles, brûlons, brûlez, )
    • roussir verbe (roussis, roussit, roussissons, roussissez, )
    • flamber verbe (flambe, flambes, flambons, flambez, )
    • griller verbe (grille, grilles, grillons, grillez, )

Translation Matrix for verzengen:

NounRelated TranslationsOther Translations
brûler verbranden
VerbRelated TranslationsOther Translations
brûler blakeren; branden; verschroeien; verzengen; zengen aanbranden; aanmaken; branden; brandmerken; cremeren; inbranden; laaien; licht aansteken; markeren; ontsteken; opbranden; opgebruiken; opkrijgen; opmaken; schroeien; uitbranden; van stigma's voorzien; verassen; verbranden
flamber blakeren; branden; verschroeien; verzengen; zengen aanmaken; aansteken; aanstrijken; doen branden; doen ontvlammen; flakkeren; flamberen; flikkeren; in de fik steken; licht aansteken; ontsteken; opgebruiken; opkrijgen; oplaaien; opmaken; opvlammen; schroeien; vlammen; vuur maken
griller blakeren; branden; verschroeien; verzengen; zengen bakken; barbecuen; grillen; grilleren; roosteren; traliën
roussir blakeren; branden; verschroeien; verzengen; zengen