Remove Ads

Dutch

Detailed Synonyms for vaak in Dutch

vaak:

vaak [de ~ (m)] nom

  1. de vaak
    – op veel momenten, veel keren 1
    de veel; de vaak; dikwijls
    – op veel momenten, veel keren 1
    • veel [de ~] nom
      • zij kijken veel televisie1
    • vaak [de ~ (m)] nom
      • ik ga vaak op vakantie naar het buitenland1
    • dikwijls adv
      • Mehmet gaat dikwijls op reis1

Alternate Synonyms for "vaak":


Antonyms for "vaak":


Related Definitions for "vaak":

  1. op veel momenten, veel keren1
    • ik ga vaak op vakantie naar het buitenland1

Images:


Remove Ads

Remove Ads