English

Detailed Translations for defect from English to Dutch

defect:

defect [the ~] nom

  1. the defect (fault; imperfection; flaw)
    de onvolkomenheid; het mankement; het euvel
  2. the defect (error; incorrectness; fault; flaw)
    de fout; de onjuistheid; de feil; incorrectheid

to defect verbe (defects, defected, defecting)

  1. to defect (desert)

Conjugations for defect:

present
  1. defect
  2. defect
  3. defects
  4. defect
  5. defect
  6. defect
simple past
  1. defected
  2. defected
  3. defected
  4. defected
  5. defected
  6. defected
present perfect
  1. have defected
  2. have defected
  3. has defected
  4. have defected
  5. have defected
  6. have defected
past continuous
  1. was defecting
  2. were defecting
  3. was defecting
  4. were defecting
  5. were defecting
  6. were defecting
future
  1. shall defect
  2. will defect
  3. will defect
  4. shall defect
  5. will defect
  6. will defect
continuous present
  1. am defecting
  2. are defecting
  3. is defecting
  4. are defecting
  5. are defecting
  6. are defecting
subjunctive
  1. be defected
  2. be defected
  3. be defected
  4. be defected
  5. be defected
  6. be defected
diverse
  1. defect!
  2. let's defect!
  3. defected
  4. defecting
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Translation Matrix for defect:

NounRelated TranslationsOther Translations
euvel defect; fault; flaw; imperfection machine defect
feil defect; error; fault; flaw; incorrectness failure
fout defect; error; fault; flaw; incorrectness blunder; bug; error; failure; fault; flaw; incorrectness; machine defect; miscalculation; miss; mistake; oversight; slip
incorrectheid defect; error; fault; flaw; incorrectness
mankement defect; fault; flaw; imperfection machine defect
onjuistheid defect; error; fault; flaw; incorrectness
onvolkomenheid defect; fault; flaw; imperfection
- blemish; fault; flaw; mar; shortcoming
VerbRelated TranslationsOther Translations
naar de vijand overlopen defect; desert
- desert
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
fout amiss; bad; false; faulty; inaccurate; incorrect; off; off target; wrong; wrongly
OtherRelated TranslationsOther Translations
- deformity

Related Words for "defect":


Synonyms for "defect":


Related Definitions for "defect":

  1. a mark or flaw that spoils the appearance of something (especially on a person's body)1
  2. a failing or deficiency1
    • that interpretation is an unfortunate defect of our lack of information1
  3. an imperfection in a bodily system1
    • visual defects1
    • this device permits detection of defects in the lungs1
  4. an imperfection in an object or machine1
    • if there are any defects you should send it back to the manufacturer1
  5. desert (a cause, a country or an army), often in order to join the opposing cause, country, or army1

Wiktionary Translations for defect:

defect
verb
  1. to abandon; to change one's loyalty
defect
noun
  1. storing, beschadiging van een apparaat
  2. een defect
  3. gebrek; letsel; defect; tekortkoming
verb
  1. in de strijd van zijde wisselen

Cross Translation:
FromToVia
defect gebrek Gebrechengehoben: andauernde (körperliche, gesundheitliche) Beeinträchtigung
defect defect Mangeloft im Plural: Fehler, Unvollkommenheit bei einer Sache
defect strop; schade SchadenRechtswesen: ein durch ein Ereignis oder einen Umstand verursachte Beeinträchtigung eines Gutes oder eine Wertminderung des ursprünglichen Zustandes einer Sache
defect beschadiging; defect; gebrek; schade dégâtdommage, détérioration amener par un accident ou une cause violente.
defect afwezigheid; euvel; gebrek; tekortkoming; gemis; tekort; manco; mankement insuffisanceétat de ce qui est insuffisant.
defect afwezigheid; euvel; gebrek; tekortkoming; gemis; tekort; manco; mankement manqueabsence, défaut, fait de manquer.
defect ontbering; afwezigheid; euvel; gebrek; tekortkoming; gemis; tekort; manco; mankement privationperte, absence, manque d’un bien, d’un avantage qu’on avait, ou qu’on devait, qu’on pouvait avoir.
defect afbreuk; schade; nadeel; deficit; strop; verlies; beschadiging; defect; gebrek préjudicetort ; dommage.

Related Translations for defect



Dutch

Detailed Translations for defect from Dutch to English

defect:

defect [het ~] nom

  1. het defect (machinedefect; fout; gebrek; mankement; euvel)
    the machine defect

Translation Matrix for defect:

NounRelated TranslationsOther Translations
machine defect defect; euvel; fout; gebrek; machinedefect; mankement
VerbRelated TranslationsOther Translations
finished ten einde zijn
obscure troebel maken; verdonkeren; verduisteren; versomberen; vertroebelen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
broken aan stukken; defect; gebroken; in stukken; kapot; onklaar; stuk aan scherven; aan stukken; beschadigd; gebarsten; gebroken; geknikt; geradbraakt; geruineerd; kapot; naar de knoppen; stuk; stukgebroken; verbroken
defective aan stukken; defect; gebroken; in stukken; kapot; onklaar; stuk aan stukken; gebrekkig; gebroken; geruineerd; kapot; naar de knoppen; ondeugdelijk; stuk
faulty buiten gebruik; defect; onklaar; stuk ernaast; fout; foutief; lek; mis; ondicht; onjuist; onwaar; ten onrechte; verkeerd
finished aan stukken; defect; gebroken; in stukken; kapot; onklaar; stuk af; afgedaan; afgelopen; afgemat; beëindigd; dodelijk vermoeid; doodmoe; doodop; doorgekookt; gaar; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; hondsmoe; klaar; op; over; uit; volbracht; voltooid; voorbij
indistinct buiten gebruik; defect; onklaar; stuk onduidelijk; onoverzichtelijk; wollig
obscure buiten gebruik; defect; onklaar; stuk donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onduidelijk; onguur; onoverzichtelijk; verdacht; wollig
unclear buiten gebruik; defect; onklaar; stuk flauw; mistig; nevelachtig; niet doorzichtig; ondoorzichtig; onduidelijk; onhelder; onoverzichtelijk; vaag; vagelijk; wazig; wollig
ModifierRelated TranslationsOther Translations
in pieces aan stukken; defect; gebroken; in stukken; kapot; onklaar; stuk
out of order buiten gebruik; defect; onklaar; stuk aan stukken; gebroken; geruineerd; kapot; naar de knoppen; stuk

Related Words for "defect":


Wiktionary Translations for defect:

defect
noun
  1. storing, beschadiging van een apparaat
defect
adjective
  1. having one or more defects
  2. not working properly
noun
  1. failure, particularly mechanical

Cross Translation:
FromToVia
defect defect Mangeloft im Plural: Fehler, Unvollkommenheit bei einer Sache
defect damage; defect; flaw; harm; hurt; impairment; imperfection; loss dégâtdommage, détérioration amener par un accident ou une cause violente.
defect harm; damage; detriment; disadvantage; hurt; injury; loss; defect; flaw; impairment; imperfection préjudicetort ; dommage.