Summary
English to Dutch:   more detail...
  1. toe:
  2. Wiktionary:
Dutch to English:   more detail...
  1. toe:
  2. Wiktionary:


English

Detailed Translations for toe from English to Dutch

toe:

toe [the ~] nom

  1. the toe (big toe)
    – one of the digits of the foot 1
    de tenen; de teen; grote teen
  2. the toe
    – one of the digits of the foot 1
    de teen
    • teen [de ~ (m)] nom

Translation Matrix for toe:

NounRelated TranslationsOther Translations
grote teen big toe; toe
teen big toe; toe
tenen big toe; toe
VerbRelated TranslationsOther Translations
- toenail

Related Words for "toe":

  • toes

Synonyms for "toe":


Antonyms for "toe":

  • toeless

Related Definitions for "toe":

  1. the part of footwear that provides a covering for the toes1
  2. (golf) the part of a clubhead farthest from the shaft1
  3. one of the digits of the foot1
  4. forepart of a hoof1
  5. touch with the toe1
  6. drive (a golf ball) with the toe of the club1
  7. hit (a golf ball) with the toe of the club1
  8. drive obliquely1
    • toe a nail1
  9. walk so that the toes assume an indicated position or direction1
    • She toes inwards1

Wiktionary Translations for toe:

toe
noun
  1. each of the five digits on the end of the foot
  2. part of a shoe or sock covering the toe
  3. -
toe
noun
  1. vingers van de voet

Cross Translation:
FromToVia
toe teen; kruidnagel Zehetendenziell mehr mittel- und süddeutsch: der einem Finger entsprechende Teil des Fußes
toe teen doigt — Extrémité des pieds.
toe teen orteil — anatomie|fr doigt du pied, chez les humains et les primates.

Related Translations for toe



Dutch

Detailed Translations for toe from Dutch to English

toe:

toe adv

  1. toe (ach)
  2. toe (naar toe; naar)
    towards; to; for
  3. toe (afgesloten; gesloten; dicht)
    closed; dense; shut

Translation Matrix for toe:

VerbRelated TranslationsOther Translations
please aangenaam aandoen; aangenaam maken; aanstaan; begeerte stillen; behagen; believen; bevallen; bevredigen; blij maken; gelieven; goeddunken; plezieren; tevreden stellen; tevredenstellen; vergenoegen; voldoening geven
shut afsluiten; dichtdoen; dichten; dichtgaan; dichtmaken; dichtstoppen; dichtvallen; sluiten; stoppen; toedoen; toemaken; toetrekken; toevallen; zich sluiten
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
closed afgesloten; dicht; gesloten; toe afgesloten; dicht zijn; geloken
dense afgesloten; dicht; gesloten; toe achterlijk; afgestompt; breinloos; dicht; dicht opeen; dom; geesteloos; hardleers; hersenloos; idioot; onbenullig; onnozel; onverstandig; stompzinnig; stupide; verstandeloos
shut afgesloten; dicht; gesloten; toe dicht zijn
- dicht
AdverbRelated TranslationsOther Translations
please ach; toe alsjeblieft; alstublieft; s.v.p.
there ach; toe aldaar; daar; daarheen; die kant uit; naartoe
PrepositionRelated TranslationsOther Translations
to te
OtherRelated TranslationsOther Translations
there er; er was eens
to t/m; ten; ten strijde; tot; tot bij; tot en met; totdat
towards tot; tot bij; totdat
ModifierRelated TranslationsOther Translations
ah ach; toe helaas; och; wee
come off it ach; toe
come on ach; toe vooruit
for naar; naar toe; toe ten behoeve van; voor; want; à
to naar; naar toe; toe aan; bij; erbij; ergens naartoe; ernaar; erop; ertoe; naar; tot aan
towards naar; naar toe; toe ernaar; jegens; tegemoet

Synonyms for "toe":


Antonyms for "toe":


Related Definitions for "toe":

  1. je kunt er niet bij of in of door2
    • het kind deed zijn oogjes toe2
  2. aansporing2
    • toe, doe je schoenen eens aan2
  3. als extra2
    • hij kreeg nog geld toe voor dit karwei2
  4. als nagerecht2
    • wat eten we toe?2
  5. heen2
    • waar gaan we naar toe?2

Wiktionary Translations for toe:

toe
adjective
  1. not open
adverb
  1. -

Related Translations for toe