English

Detailed Translations for turn on from English to Dutch

turn-on:


Synonyms for "turn-on":


Related Definitions for "turn-on":

  1. something causing excitement or stimulating interest1

turn on:

turn on verbe

  1. turn on (switch on; connect; put on; start; light)
    inschakelen; aanzetten; aandoen; starten; aanmaken
    • inschakelen verbe (schakel in, schakelt in, schakelde in, schakelden in, ingeschakeld)
    • aanzetten verbe (zet aan, zette aan, zetten aan, aangezet)
    • aandoen verbe (doe aan, doet aan, deed aan, deden aan, aangedaan)
    • starten verbe (start, startte, startten, gestart)
    • aanmaken verbe (maak aan, maakt aan, maakte aan, maakten aan, aangemaakt)
  2. turn on (switch on)
    inschakelen; aandoen; aandraaien
    • inschakelen verbe (schakel in, schakelt in, schakelde in, schakelden in, ingeschakeld)
    • aandoen verbe (doe aan, doet aan, deed aan, deden aan, aangedaan)
    • aandraaien verbe (draai aan, draait aan, draaide aan, draaiden aan, aangedraaid)
  3. turn on (open; open up; unscrew; unlock)
    openen; ontsluiten; opendraaien
    • openen verbe (open, opent, opende, openden, geopend)
    • ontsluiten verbe (ontsluit, ontsloot, ontsloten, ontsloten)
    • opendraaien verbe (draai open, draait open, draaide open, draaiden open, opengedraaid)
  4. turn on (enable)
    – To activate or turn on. 2
    inschakelen
    • inschakelen verbe (schakel in, schakelt in, schakelde in, schakelden in, ingeschakeld)

Translation Matrix for turn on:

NounRelated TranslationsOther Translations
aandoen attiring; clothing; dressing
aanmaken fabrication; making; manufacturing; preparation; producing; production; repairing
aanzetten encouraging; impelling; inciting; stimulation; turning on
ontsluiten dilatation; disclosure; opening
VerbRelated TranslationsOther Translations
aandoen connect; light; put on; start; switch on; turn on bring evil upon; cause; dress; hurt; instigate; put on
aandraaien switch on; turn on lock; screw on; thighten
aanmaken connect; light; put on; start; switch on; turn on ignite; inflame; kindle; light; put on
aanzetten connect; light; put on; start; switch on; turn on activate; bait; drive; encourage; excite; goad; grind; incite; instigate; irritate; nettle; sharpen; stimulate; stir up; strop; urge; whet; whip up
inschakelen connect; enable; light; put on; start; switch on; turn on
ontsluiten open; open up; turn on; unlock; unscrew open; open up; unbolt; unlock
opendraaien open; open up; turn on; unlock; unscrew
openen open; open up; turn on; unlock; unscrew add; add on to; bring up; broach; broach a subject; build out; cut into; expand; extend; introduce; make public; open; open up; publish; put forward; put on the table; release; start; swell; uncover; unlock; widen
starten connect; light; put on; start; switch on; turn on begin; bring up; broach; broach a subject; commence; cut into; herald; open; put forward; put on the table; ring in; set in motion; set up; start; start to; strike up; take off; take on; undertake
- agitate; arouse; charge; charge up; commove; depend on; depend upon; devolve on; excite; get off; hinge on; hinge upon; ride; rouse; sex; switch on; trip; trip out; wind up

Synonyms for "turn on":


Antonyms for "turn on":


Related Definitions for "turn on":

  1. become hostile towards1
  2. get high, stoned, or drugged1
  3. cause to operate by flipping a switch1
    • turn on the stereo1
  4. stimulate sexually1
  5. cause to be agitated, excited, or roused1
  6. produce suddenly or automatically1
    • turn on the waterworks1
  7. be contingent on1
  8. To activate or turn on.2
  9. To supply power to a computer (or other device), either by a physical switch or through operating system software.2

Wiktionary Translations for turn on:

turn on
verb
  1. (intransitive) to power up
turn on
verb
  1. iets in werking stellen

Cross Translation:
FromToVia
turn on aandoen; aandraaien; aansteken; schakelen; inschakelen; inhaken brancher — Se percher sur les branches d’un arbre.
turn on openen; aandoen; aandraaien; aansteken; schakelen; inschakelen; ontsluiten; opendoen; openmaken ouvrir — Faire que ce qui clore, fermer, ne le être plus.
turn on aandoen; aandraaien; aansteken; schakelen; inschakelen tourner — Traductions à trier suivant le sens

Related Translations for turn on