Summary
French to Dutch:   more detail...
  1. impact:
  2. Wiktionary:
Dutch to French:   more detail...
  1. impact:


French

Detailed Translations for impact from French to Dutch

impact:

impact [le ~] nom

  1. l'impact (influence; puissance; effet; )
    de invloed; de macht
  2. l'impact (fonctionnement; effet; implication; conséquence)
    de werking; het werken
  3. l'impact (influence; effet)
    de beïnvloeding

Translation Matrix for impact:

NounRelated TranslationsOther Translations
beïnvloeding effet; impact; influence
invloed conséquence; effet; force; impact; implication; influence; puissance
macht conséquence; effet; force; impact; implication; influence; puissance autorité; capacité; domination; force; pouvoir; pouvoirs; puissance
werken conséquence; effet; fonctionnement; impact; implication fonctionnement
werking conséquence; effet; fonctionnement; impact; implication
VerbRelated TranslationsOther Translations
werken agir; effectuer; exécuter; faire marcher; faire un procès à; manipuler; mettre en marche; opérer; procéder; réaliser; s'occuper de; s'y prendre; travailler

Synonyms for "impact":


Wiktionary Translations for impact:


Cross Translation:
FromToVia
impact inslag; botsing impact — the force or energy of a collision of two objects

Related Translations for impact



Dutch

Detailed Translations for impact from Dutch to French

impact:

impact [de ~ (m)] nom

  1. de impact (aanslag)
    l'attentat; la tentative; l'agression à main armée; la tape; le toucher; l'essai; le contact

Translation Matrix for impact:

NounRelated TranslationsOther Translations
agression à main armée aanslag; impact roofoverval
attentat aanslag; impact moordaanslag; poging tot moord; roofoverval
contact aanslag; impact aanraking; aansluiting; communicatie; connectie; contact; contactpersoon; contactpersoonitem; verbinding; voeling
essai aanslag; impact eindscriptie; essay; experiment; inspanning; opstel; poging; probeersel; proberen; proef; proefdraaien; proefneming; proefrit; scriptie; trachten; verhandeling; verslag; werkstuk
tape aanslag; impact harde slag; klap; kleine tik; klop; klopje; krijgertje; lel; mep; tik; tikje; tikkertje; toegebrachte klap
tentative aanslag; impact doel; doeleinde; experiment; inspanning; inzet; poging; proberen; proef; proefneming; streven; trachten
toucher aanslag; impact aanraking; contact; gevoelszin; prikkeling; sensatie; tastzin; zintuiglijke gewaarwording
VerbRelated TranslationsOther Translations
toucher aangaan; aangrijpen; aanraken; aanroeren; aanstippen; aanvangen; beginnen; bekomen; beroeren; betasten; betreffen; bevoelen; beïnvloeden; even aanraken; geld in ontvangst nemen; grenzen; grenzen aan; iets verduren; incasseren; innen; ondernemen; ontmoeten; ontroeren; opvangen; raken; slaan op; starten; tegenkomen; toucheren; treffen; van start gaan; verdienen; verkrijgen; verwerven; voelen; zich hervinden

Related Words for "impact":

  • impacts