Dutch

Detailed Translations for beschikken over from Dutch to German

beschikken over:

beschikken over verbe (beschik over, beschikt over, beschikte over, beschikten over, beschikt over)

  1. beschikken over (in eigendom hebben; hebben; bezitten)
    haben; besitzen
    • haben verbe (habe, hast, hat, hatte, hattet, gehabt)
    • besitzen verbe (besitze, besitzt, besaß, besaßt, besessen)

Conjugations for beschikken over:

o.t.t.
  1. beschik over
  2. beschikt over
  3. beschikt over
  4. beschikken over
  5. beschikken over
  6. beschikken over
o.v.t.
  1. beschikte over
  2. beschikte over
  3. beschikte over
  4. beschikten over
  5. beschikten over
  6. beschikten over
v.t.t.
  1. heb beschikt over
  2. hebt beschikt over
  3. heeft beschikt over
  4. hebben beschikt over
  5. hebben beschikt over
  6. hebben beschikt over
v.v.t.
  1. had beschikt over
  2. had beschikt over
  3. had beschikt over
  4. hadden beschikt over
  5. hadden beschikt over
  6. hadden beschikt over
o.t.t.t.
  1. zal beschikken over
  2. zult beschikken over
  3. zal beschikken over
  4. zullen beschikken over
  5. zullen beschikken over
  6. zullen beschikken over
o.v.t.t.
  1. zou beschikken over
  2. zou beschikken over
  3. zou beschikken over
  4. zouden beschikken over
  5. zouden beschikken over
  6. zouden beschikken over
diversen
  1. beschik over!
  2. beschikt over!
  3. beschikt over
  4. beschikkend over
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for beschikken over:

VerbRelated TranslationsOther Translations
besitzen beschikken over; bezitten; hebben; in eigendom hebben
haben beschikken over; bezitten; hebben; in eigendom hebben


Related Translations for beschikken over