Summary


Dutch

Detailed Translations for frequent from Dutch to German

frequent:


Translation Matrix for frequent:

AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
schwer groots; grootschalig; reuze
AdverbRelated TranslationsOther Translations
viel heel veel; veel
ModifierRelated TranslationsOther Translations
frequent dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig
gleichmäßig dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig bestendig; constant; gelijkelijk; geordend; gerangschikt; geregeld; lijkend; met vast ritme; opgeruimd; ordelijk; regelmatig
haufenweise dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig hoopsgewijs; in grote mate; stapelsgewijs
hoch dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig enorm; gaaf; gigantisch; hoog; hooggelegen; immens; in zeer hoge mate; mieters; reusachtig; schitterend; tof
häufig dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig
mehrfach dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig herhaaldelijk; meermaals; telkens; veelvuldig
mehrmals dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig
regelmäßig dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig bestendig; constant; gerangschikt; geregeld; met regelmaat; met vast ritme; op vaste tijden; opgeruimd; ordelijk; regelmatig; regulier; vaak
schwer dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig aanmerkelijk; aanzienlijk; afgezaagd; agressief; beduidend; behoorlijk; beklemmend; delicaat; ellendig; enorm; flink; fors; geducht; gewelddadig; grof; grofgebouwd; hachelijk; hinderlijk; in hoge mate; knellend; kritiek; langdraadig; langwijlig; lastig; lomp; machtig; massief; melig; met een groot gewicht; moeilijk verteerbaar; naar; netelig; niet hol; nijpend; onaangenaam; ongelegen; onplezierig; onverkwikkelijk; penibel; precair; rot; ruw; saai; slecht verteerbaar; smartelijk; storend; vervelend; zwaar
stark dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig agressief; breed; dapper; dik; erg; fantastisch; fel; ferm; flink; fors; fysiek sterk; gaaf; geducht; gestreng; gewelddadig; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; heftig; heldhaftig; heroïsch; hevig; immens; in details; in hoge mate; kloek; kolossaal; krachtig; lijvig; magnifiek; massief; mieters; moedig; niet hol; niet toegevend; onverschrokken; potig; reusachtig; schitterend; stabiel; sterk; stevig; stout; stoutmoedig; streng; tof; uit de kluiten gewassen; uitgewerkt; uitnemend; uitstekend; vet; voortreffelijk; zeer groot; zwaar van lijf
turnusmäßig dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig bestendig; constant; volgens rooster
viel dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig een hoop; veel
wiederholt dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig bestendig; constant; gelijkmatig; gestaag; herhaald; herhaaldelijk; meermaals; telkens; veel; veelvuldig

Related Words for "frequent":

  • frequenter, frequentere, frequentst, frequentste, frequente

Wiktionary Translations for frequent:


Cross Translation:
FromToVia
frequent häufig frequent — done or occurring often

External Machine Translations:

Related Translations for frequent



German

Detailed Translations for frequent from German to Dutch

frequent:


Translation Matrix for frequent:

AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
regelmatig durchgehend; durchweg; gewohnt; gewöhnlich; gleichmäßig; in einem festen Rythmus; normal; oft; regelmäßig; reglär; regulär; ständig
vaak meist; meistens; meistenteils; oft; regelmäßig
veelvuldig immer; jedesmal; mehrfach; wiederholt
AdverbRelated TranslationsOther Translations
dikwijls frequent; gleichmäßig; haufenweise; hoch; häufig; mehrfach; mehrmals; regelmäßig; schwer; stark; turnusmäßig; viel; wiederholt
frequent frequent; gleichmäßig; haufenweise; hoch; häufig; mehrfach; mehrmals; regelmäßig; schwer; stark; turnusmäßig; viel; wiederholt
meermaals frequent; gleichmäßig; haufenweise; hoch; häufig; mehrfach; mehrmals; regelmäßig; schwer; stark; turnusmäßig; viel; wiederholt
menigmaal frequent; gleichmäßig; haufenweise; hoch; häufig; mehrfach; mehrmals; regelmäßig; schwer; stark; turnusmäßig; viel; wiederholt
regelmatig frequent; gleichmäßig; haufenweise; hoch; häufig; mehrfach; mehrmals; regelmäßig; schwer; stark; turnusmäßig; viel; wiederholt
vaak frequent; gleichmäßig; haufenweise; hoch; häufig; mehrfach; mehrmals; regelmäßig; schwer; stark; turnusmäßig; viel; wiederholt
veelvuldig frequent; gleichmäßig; haufenweise; hoch; häufig; mehrfach; mehrmals; regelmäßig; schwer; stark; turnusmäßig; viel; wiederholt
ModifierRelated TranslationsOther Translations
meermaals immer; jedesmal; mehrfach; wiederholt

External Machine Translations: