Dutch

Detailed Translations for klagen from Dutch to German

klagen:

klagen verbe (klaag, klaagt, klaagde, klaagden, geklaagd)

  1. klagen (over iets mopperen; kankeren; mopperen; )
    meckern; nörgeln; brummen; knurren; schimpfen; grunzen; murren; brummeln; brutzeln; über etwas meckern
    • meckern verbe (meckere, meckerst, meckert, meckerte, meckertet, gemechert)
    • nörgeln verbe (nörgele, nörgelst, nörgelt, nörgelte, nörgeltet, genörgelt)
    • brummen verbe (brumme, brummst, brummt, brummte, brummtet, gebrummt)
    • knurren verbe (knurre, knurrst, knurrt, knurrte, knurrtet, geknurrt)
    • schimpfen verbe (schimpfe, schimpfst, schimpft, schimpfte, schimpftet, geschimpft)
    • grunzen verbe (grunze, grunzt, grunzte, grunztet, gegrunzt)
    • murren verbe (murre, murrst, murrt, murrte, murrtet, gemurrt)
    • brummeln verbe (brummele, brummelst, brummelt, brummelte, brummeltet, gebrummelt)
    • brutzeln verbe (brutzele, brutzelst, brutzelt, brutzelte, brutzeltet, gebrutzelt)
  2. klagen (een klacht indienen; zijn beklag indienen)
    klagen; sich beschweren; beanstanden; reklamieren
    • klagen verbe (klage, klagst, klagt, klagte, klagtet, geklagt)
    • sich beschweren verbe (beschwere mich, beschwerst dich, beschwert sich, beschwerte sich, beschwertet euch, sich beschwert)
    • beanstanden verbe (beanstande, beanstandest, beanstandet, beanstandete, beanstandetet, beangestandet)
    • reklamieren verbe (reklamiere, reklamierst, reklamiert, reklamierte, reklamiertet, reklamiert)
  3. klagen (misnoegen uiten; over iets mopperen)
    klagen; meckern; sich beschweren
    • klagen verbe (klage, klagst, klagt, klagte, klagtet, geklagt)
    • meckern verbe (meckere, meckerst, meckert, meckerte, meckertet, gemechert)
    • sich beschweren verbe (beschwere mich, beschwerst dich, beschwert sich, beschwerte sich, beschwertet euch, sich beschwert)

Conjugations for klagen:

o.t.t.
  1. klaag
  2. klaagt
  3. klaagt
  4. klagen
  5. klagen
  6. klagen
o.v.t.
  1. klaagde
  2. klaagde
  3. klaagde
  4. klaagden
  5. klaagden
  6. klaagden
v.t.t.
  1. heb geklaagd
  2. hebt geklaagd
  3. heeft geklaagd
  4. hebben geklaagd
  5. hebben geklaagd
  6. hebben geklaagd
v.v.t.
  1. had geklaagd
  2. had geklaagd
  3. had geklaagd
  4. hadden geklaagd
  5. hadden geklaagd
  6. hadden geklaagd
o.t.t.t.
  1. zal klagen
  2. zult klagen
  3. zal klagen
  4. zullen klagen
  5. zullen klagen
  6. zullen klagen
o.v.t.t.
  1. zou klagen
  2. zou klagen
  3. zou klagen
  4. zouden klagen
  5. zouden klagen
  6. zouden klagen
en verder
  1. is geklaagd
diversen
  1. klaag!
  2. klaagt!
  3. geklaagd
  4. klagend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for klagen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
beanstanden een klacht indienen; klagen; zeuren; zijn beklag indienen aanmerking maken; afkeuren; afkraken; bediscussiëren; bepraten; bespreken; bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren; doorpraten; doorspreken; eisen; hekelen; katten; kraken; kritiseren; ongeschikt verklaren; praten over; reclameren; vitten; zich beklagen
brummeln brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen knorren; knorrend geluid maken; sakkeren; slissen
brummen brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen brommen; grommen; knorren; knorrend geluid maken; sakkeren; zoemen
brutzeln brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen bakken; knorren; knorrend geluid maken; op vuur pruttelen; pruttelen; smoren; stoffen; sudderen
grunzen brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen donderen; grommen; knorren; knorrend geluid maken; onweren; sakkeren
klagen een klacht indienen; klagen; misnoegen uiten; over iets mopperen; zeuren; zijn beklag indienen bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren; condoleren; eisen; etteren; griepen; jammeren; jeremiëren; klieren; medeleven betuigen; reclameren; weeklagen; zeiken; zich beklagen
knurren brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen grommen; knorren; knorrend geluid maken; sakkeren
meckern brommen; kankeren; klagen; misnoegen uiten; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen blaten; foeteren; knorren; knorrend geluid maken; mekkeren; protesteren; sputteren; tegenpruttelen; tegensputteren
murren brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen knorren; knorrend geluid maken; protesteren; sakkeren; sputteren; tegenpruttelen; tegensputteren
nörgeln brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen etteren; griepen; klieren; zeiken
reklamieren een klacht indienen; klagen; zeuren; zijn beklag indienen bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren; eisen; reclameren
schimpfen brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen beledigen; donderen; foeteren; fulmineren; kankeren; kiften; kijven; knorren; knorrend geluid maken; krakelen; razen; ruzie maken; ruziën; schelden; te keer gaan; tekeergaan; tieren; twisten; uit de slof schieten; uitfoeteren; uitjouwen; uitkafferen; uitmaken voor; uitschelden; uitvaren; uitvloeken; zeuren
sich beschweren een klacht indienen; klagen; misnoegen uiten; over iets mopperen; zeuren; zijn beklag indienen bezwaar aantekenen; bezwaar maken; bezwaren; zich beklagen
über etwas meckern brommen; kankeren; klagen; mopperen; morren; over iets mopperen; pruttelen

Related Definitions for "klagen":

  1. zeggen dat het niet goed is1
    • ze klaagt al dagen over buikpijn1

Wiktionary Translations for klagen:

klagen
verb
  1. ongenoegen uiten

Cross Translation:
FromToVia
klagen beschweren; klagen complain — to express feelings of pain, dissatisfaction, or resentment

Related Translations for klagen



German

Detailed Translations for klagen from German to Dutch

klagen:

klagen verbe (klage, klagst, klagt, klagte, klagtet, geklagt)

  1. klagen (beanstanden; sich beschweren; reklamieren)
    een klacht indienen; klagen; zijn beklag indienen
  2. klagen (sich beschweren; beanstanden; reklamieren)
    zeuren; klagen
    • zeuren verbe (zeur, zeurt, zeurde, zeurden, gezeurd)
    • klagen verbe (klaag, klaagt, klaagde, klaagden, geklaagd)
  3. klagen (bedauern; teilhaben; mitfühlen; mitleiden; beklagen)
    condoleren; medeleven betuigen
  4. klagen (sich beschweren; meckern)
    klagen; over iets mopperen; misnoegen uiten
  5. klagen (sichbeschweren; reklamieren; beanstanden)
    reclameren; eisen
    • reclameren verbe (reclameer, reclameert, reclameerde, reclameerden, gereclameerd)
    • eisen verbe (eis, eist, eiste, eisten, geëist)
  6. klagen (sich beschweren; beanstanden)
  7. klagen (beschweren; sich beschweren; reklamieren; beauftragen; beanstanden)
    bezwaren; bezwaar maken; bezwaar aantekenen
    • bezwaren verbe (bezwaar, bezwaart, bezwaarde, bezwaarden, bezwaard)
    • bezwaar maken verbe (maak bezwaar, maakt bezwaar, maakte bezwaar, maakten bezwaar, bezwaar gemaakt)
    • bezwaar aantekenen verbe (teken bezwaar aan, tekent bezwaar aan, tekende bezwaar aan, tekenden bezwaar aan, bezwaar aangetekend)
  8. klagen (sichekligbenehmen; jammern; nörgeln; )
    etteren; zeiken; klieren; griepen
    • etteren verbe (etter, ettert, etterde, etterden, geëtterd)
    • zeiken verbe (zeik, zeikt, zeek, zeken, gezeken)
    • klieren verbe (klier, kliert, klierde, klierden, geklierd)
    • griepen verbe
  9. klagen (wehklagen; jammern; flehen; wimmern; winseln)
    jammeren; jeremiëren; weeklagen
    • jammeren verbe (jammer, jammert, jammerde, jammerden, gejammerd)
    • jeremiëren verbe (jeremiëer, jeremiëert, jeremiëerde, jeremiëerden, gejeremiëerd)
    • weeklagen verbe (weeklaag, weeklaagt, weeklaagde, weeklaagden, geweeklaagd)

Conjugations for klagen:

Präsens
  1. klage
  2. klagst
  3. klagt
  4. klagen
  5. klagt
  6. klagen
Imperfekt
  1. klagte
  2. klagtest
  3. klagte
  4. klagten
  5. klagtet
  6. klagten
Perfekt
  1. habe geklagt
  2. hast geklagt
  3. hat geklagt
  4. haben geklagt
  5. habt geklagt
  6. haben geklagt
1. Konjunktiv [1]
  1. klage
  2. klagest
  3. klage
  4. klagen
  5. klaget
  6. klagen
2. Konjunktiv
  1. klagte
  2. klagtest
  3. klagte
  4. klagten
  5. klagtet
  6. klagten
Futur 1
  1. werde klagen
  2. wirst klagen
  3. wird klagen
  4. werden klagen
  5. werdet klagen
  6. werden klagen
1. Konjunktiv [2]
  1. würde klagen
  2. würdest klagen
  3. würde klagen
  4. würden klagen
  5. würdet klagen
  6. würden klagen
Diverses
  1. klag!
  2. klagt!
  3. klagen Sie!
  4. geklagt
  5. klagend
1. ich, 2. du, 3. er/sie/es, 4. wir, 5. ihr, 6. sie/Sie

Translation Matrix for klagen:

NounRelated TranslationsOther Translations
zeiken Harnen
VerbRelated TranslationsOther Translations
bezwaar aantekenen beanstanden; beauftragen; beschweren; klagen; reklamieren; sich beschweren
bezwaar maken beanstanden; beauftragen; beschweren; klagen; reklamieren; sich beschweren
bezwaren beanstanden; beauftragen; beschweren; klagen; reklamieren; sich beschweren Schwerer machen; beladen; belasten; beschweren; erschweren; schwerer machen; verstärken
condoleren bedauern; beklagen; klagen; mitfühlen; mitleiden; teilhaben
een klacht indienen beanstanden; klagen; reklamieren; sich beschweren
eisen beanstanden; klagen; reklamieren; sichbeschweren Anspruch machen auf; anfordern; einfordern; einziehen; erfordern; erheben; fordern; kommandieren; verlangen
etteren eitern; faseln; flennen; greinen; jammern; klagen; klonen; leinern; nörgeln; quaken; sichekligbenehmen; trödeln; vergraulen; wegekeln; wehklagen; wimmern; winseln; zwicken eitern; nerven
griepen eitern; faseln; flennen; greinen; jammern; klagen; klonen; leinern; nörgeln; quaken; sichekligbenehmen; trödeln; vergraulen; wegekeln; wehklagen; wimmern; winseln; zwicken
jammeren flehen; jammern; klagen; wehklagen; wimmern; winseln
jeremiëren flehen; jammern; klagen; wehklagen; wimmern; winseln
klagen beanstanden; klagen; meckern; reklamieren; sich beschweren brummeln; brummen; brutzeln; grunzen; knurren; meckern; murren; nörgeln; schimpfen; über etwas meckern
klieren eitern; faseln; flennen; greinen; jammern; klagen; klonen; leinern; nörgeln; quaken; sichekligbenehmen; trödeln; vergraulen; wegekeln; wehklagen; wimmern; winseln; zwicken
medeleven betuigen bedauern; beklagen; klagen; mitfühlen; mitleiden; teilhaben
misnoegen uiten klagen; meckern; sich beschweren
over iets mopperen klagen; meckern; sich beschweren brummeln; brummen; brutzeln; grunzen; knurren; meckern; murren; nörgeln; schimpfen; über etwas meckern
reclameren beanstanden; klagen; reklamieren; sichbeschweren
weeklagen flehen; jammern; klagen; wehklagen; wimmern; winseln
zeiken eitern; faseln; flennen; greinen; jammern; klagen; klonen; leinern; nörgeln; quaken; sichekligbenehmen; trödeln; vergraulen; wegekeln; wehklagen; wimmern; winseln; zwicken zaudern; zweifeln; zügern
zeuren beanstanden; klagen; reklamieren; sich beschweren drängen; durchstoßen; einhämmern; einrammen; nerven; schimpfen; zaudern; zweifeln; zügern
zich beklagen beanstanden; klagen; sich beschweren
zijn beklag indienen beanstanden; klagen; reklamieren; sich beschweren

Synonyms for "klagen":

  • trauern
  • den Rechtsweg beschreiten; prozessieren; vor Gericht gehen
  • barmen; jammern

Wiktionary Translations for klagen:

klagen
verb
  1. ongenoegen uiten

Cross Translation:
FromToVia
klagen klagen complain — to express feelings of pain, dissatisfaction, or resentment

Klagen: