Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. hard:
  2. harden:
  3. Wiktionary:
English to Dutch:   more detail...
  1. hard:
  2. Wiktionary:
  3. User Contributed Translations for hard:
    • harde, moelijk


Dutch

Detailed Translations for hard from Dutch to English

hard:


Translation Matrix for hard:

NounRelated TranslationsOther Translations
callous eelt; eeltlaag; eeltplek
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
blatant hard; luid; luid klinkend gewoonweg; klinkklaar; lawaaierig; luid; luidruchtig; opzichtig; protserig; puur; regelrecht; ronduit; rumoerig; schreeuwerig
callous hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig geen pijn voelend; gevoelloos; niet-voelend
cruel hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig barbaars; beestachtig; bloeddorstig; bruut; inhumaan; monsterlijk; onmenselijk; wreed
dispassionate emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos
emotionless emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos
harsh hard; hardhandig; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig; onzacht; ruw
heartless emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; onbarmhartig; ongenadig; ongevoelig; zielloos genadeloos; meedogenloos; onbarmhartig; ongenadig
impassive emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos geen pijn voelend; gelaten; gevoelloos; koelbloedig; niet-voelend; onaandoenlijk; onbewogen; onverschillig; stoïcijns
indifferent emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos indifferent; laconiek; lauw; ongevoelig; ongeïnteresseerd; onverschillig
insensitive emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos onbegaan; ongevoelig
merciless hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig genadeloos; meedogenloos; onbarmhartig; ongenadig
pitiless hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig genadeloos; meedogenloos; onbarmhartig; ongenadig
relentless hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig dwangmatig
ruthless hard; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig genadeloos; meedogeloos; meedogenloos; onbarmhartig; ongenadig; wreed
showy hard; luid; luid klinkend opzichtig; protserig; schreeuwerig; spectaculair
shrill hard; hoog; schel; scherp; schril; snerpend doordringend; hel; indringend; schel klinkend; scherp; scherpklinkend
soulless emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos
uncaring emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos
unfeeling emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos geen pijn voelend; gevoelloos; niet-voelend; onbehoorlijk; onfatsoenlijk; ongehoord; onpassend; onwelgevoegelijk
violent hard; hardhandig; onzacht; ruw aanrandend; agressief; erg; fel; gewelddadig; heftig; hevig; intens; intensief; krachtig; verwoed
- gauw; luid
AdverbRelated TranslationsOther Translations
aloud hard; hardop; luid; luid klinkend luid; luidkeels; uit volle borst
loudly hard; luid; luid klinkend luid; luidkeels; uit volle borst
lustily hard; luid; luid klinkend
openly hard; luid; luid klinkend cru; met open vizier; onbewimpeld; onomwonden; onverbloemd; onverholen; openhartig; openlijk; rechttoe rechtaan; rondborstig; ronduit; ruiterlijk
out loud hard; hardop; luid luid; luidkeels; uit volle borst
very fast hard; keihard; met hoge snelheid zeer snel
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
- snel
ModifierRelated TranslationsOther Translations
as fast as a bullet hard; keihard; met hoge snelheid
at the top of one's voice hard; luid; luid klinkend
hard hard; hardhandig; hardvochtig; onbarmhartig; ongenadig; onzacht; ruw benard; benauwd; bikkelhard; ernstig; hachelijk; ijzerhard; kalkachtig; kalkhoudend; keihard; kritiek; kritisch; lastig; moeilijk; niet makkelijk; ongemakkelijk; penibel; problematisch; staalhard; steenhard; zorgelijk; zorgwekkend; zwaar
hard-handed hard; hardhandig; onzacht; ruw
hard-hearted emotieloos; gevoelloos; hard; hardvochtig; harteloos; liefdeloos; ongevoelig; zielloos
loud hard; luid; luid klinkend joelend; keihard; lawaaierig; luid; luidkeels; luidruchtig; oorverdovend; opschepperig; protsend; protserig; rumoerig; schreeuwend; schreeuwerig; uit volle borst
rough hard; hardhandig; onzacht; ruw bobbelig; geaccidenteerd; globaal; hobbelig; in grote lijnen; niet glad; oneffen; ongelijkmatig; ruige; ruw
stone-hard hard; keihard; met hoge snelheid bikkelhard; ijzerhard; keihard; staalhard; steenhard

Related Words for "hard":

  • hardheid, harder, hardere, hardst, hardste

Synonyms for "hard":


Antonyms for "hard":


Related Definitions for "hard":

  1. heel erg1
    • je hebt je rust hard nodig1
  2. met grote vaart1
    • hij rijdt veel te hard1
  3. hevig of krachtig1
    • er stond een harde wind1
  4. met veel kalk erin1
    • het water is hier hard1
  5. moeilijk of zwaar1
    • dat is erg hard voor hem1
  6. niet goed in te drukken1
    • het vriest, dus de grond is hard1
  7. streng en zonder medelijden1
    • de minister neemt harde maatregelen1
  8. waar bewijzen voor zijn1
    • de harde cijfers tonen aan dat hij gelogen heeft1
  9. krachtig, overduidelijk te horen1
    • die harde muziek komt van boven1

Wiktionary Translations for hard:

hard
adjective
  1. of a sound
  2. of water, high in dissolved calcium compounds
  3. severe
  4. resistant to pressure
  5. emotionally hardened
noun
  1. thing that is awkward or difficult to understand
  2. -

Cross Translation:
FromToVia
hard loud laut — von Ton und Stimmen : stark, intensiv
hard unrelenting; implacable airain — Symbole de la dureté. (2)
hard austere; severe; strict; harsh; sharp; stark; stern austère — Qui est rigoureux pour le corps et qui mortifier les sens et l’esprit. — note Se dit surtout des doctrines et des pratiques religieux.
hard hard; difficult; inconvenient; tough; arduous dur — Qui, par suite de sa fermeté, est difficile à pénétrer, à entamer.
hard loud; lofty; high haut — Qui élever. — note Par opposition à bas et à petit, en parlant d’un objet considérer par rapport à tous les autres objets du même genre, ou seulement par comparaison à un ou à plusieurs autres.
hard ruthless; merciless; pitiless; relentless; intransigent; obdurate; uncompromising; callous; hardline impitoyable — Qui est insensible à la pitié, qui est sans pitié.
hard aural; sonorous; resonant; sonic; loud sonore — Qui rendre un son.
hard severe; strict; austere; hard; harsh; sharp; stark; stern; tough sévère — Qui est rigide, sans indulgence.

harden:

harden verbe (hard, hardt, hardde, hardden, gehard)

  1. harden (stalen; uitharden)
    to harden; to steel; to toughen; to iron; become hard
    • harden verbe (hardens, hardened, hardening)
    • steel verbe (steels, steeled, steeling)
    • toughen verbe (toughens, toughened, toughening)
    • iron verbe (irons, ironed, ironing)
    • become hard verbe
  2. harden (trainen; oefenen; coachen; bekwamen)
    to practise; to train; to lead up; to practice
    • practise verbe, britannique (practises, practised, practising)
    • train verbe (trains, trained, training)
    • lead up verbe (leads up, led up, leading up)
    • practice verbe, américain (practices, practiced, practicing)
    to tutor
    – be a tutor to someone; give individual instruction 2
    • tutor verbe (tutors, tutored, tutoring)
      • She tutored me in Spanish2
  3. harden (uithouden; dragen; volhouden; )
    to bear; to persist; to endure; to stand; to tolerate
    • bear verbe (bears, bearing)
    • persist verbe (persists, persisted, persisting)
    • endure verbe (endures, endured, enduring)
    • stand verbe (stands, stood, standing)
    • tolerate verbe (tolerates, tolerated, tolerating)

Conjugations for harden:

o.t.t.
  1. hard
  2. hardt
  3. hardt
  4. harden
  5. harden
  6. harden
o.v.t.
  1. hardde
  2. hardde
  3. hardde
  4. hardden
  5. hardden
  6. hardden
v.t.t.
  1. ben gehard
  2. bent gehard
  3. is gehard
  4. zijn gehard
  5. zijn gehard
  6. zijn gehard
v.v.t.
  1. was gehard
  2. was gehard
  3. was gehard
  4. waren gehard
  5. waren gehard
  6. waren gehard
o.t.t.t.
  1. zal harden
  2. zult harden
  3. zal harden
  4. zullen harden
  5. zullen harden
  6. zullen harden
o.v.t.t.
  1. zou harden
  2. zou harden
  3. zou harden
  4. zouden harden
  5. zouden harden
  6. zouden harden
diversen
  1. hard!
  2. hardt!
  3. gehard
  4. hardend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

harden [znw.] nom

  1. harden (bestand maken tegen)

Translation Matrix for harden:

NounRelated TranslationsOther Translations
bear beer
harden stalen; verharden
iron Ferro; ijzer
making resistant bestand maken tegen; harden
making withstand bestand maken tegen; harden
practice aanwenden; aanwending; dokteren; ervaring; gebruik; oefening; oplappen; praktijk; routine; toepassing; uitoefening; vaardigheidsoefening; werkervaring
practise aanwenden; aanwending; dokteren; ervaring; gebruik; oefening; oplappen; praktijk; routine; toepassing; uitoefening; vaardigheidsoefening; werkervaring
stand bewering; denkbeeld; driepoot; getuigenbank; gezichtspunt; houding; idee; interpretatie; inzicht; kraam; kraampje; lezing; mat; matje; mening; onderlegger; onderstel; onderzetter; oordeel; opinie; opvatting; placemat; poot; positie; sokkel; staander; stalletje; stand; stand op jaarbeurs; standpunt; standpuntbepaling; stellingname; tafelmatje; thema; visie; voet; voetstuk; zienswijze; zuilvoet
steel Ferro; ijzer; staal
train karavaan; sleep; spoortrein; trein; treinstel
tutor begeleider; curator; docent; instructeur; leerkracht; leermeester; leraar; meester; mentor; oefenmeester; onderwijzer; opleider; opleidster; opvoeder; pedant; schoolmeester; voogd
VerbRelated TranslationsOther Translations
bear doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; volhouden doorleven; doorstaan; dulden; gebukt gaan onder; iets verduren; incasseren; opvangen; torsen; velen; verdragen; verduren; verstouwen; verstuwen; verteren
become hard harden; stalen; uitharden hard worden; verharden
endure doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; volhouden doorleven; doormaken; doorstaan; dulden; duren; velen; verdragen; verduren; verteren
harden harden; stalen; uitharden
iron harden; stalen; uitharden gladstrijken; strijken
lead up bekwamen; coachen; harden; oefenen; trainen omhoogleiden; omhoogvoeren; opleiden; scholen
persist doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; volhouden aandringen; aanhouden; continueren; doordouwen; doorgaan; doorzetten; op iets aandringen; standhouden; verdergaan; vervolgen; volharden; volhouden; voortbestaan; voortduren; voortgaan; voortzetten
practice bekwamen; coachen; harden; oefenen; trainen aangrijpen; aanwenden; benutten; beoefenen; bezigen; gebruik maken van; gebruiken; hanteren; herhalen; instuderen; leren; oefenen; ontwikkelen; praktiseren; repeteren; sport uitoefenen; toepassen; trainen; uitoefenen
practise bekwamen; coachen; harden; oefenen; trainen aangrijpen; aanwenden; benutten; beoefenen; bezigen; gebruik maken van; gebruiken; hanteren; herhalen; instuderen; leren; oefenen; ontwikkelen; praktiseren; repeteren; sport uitoefenen; toepassen; trainen; uitoefenen
stand doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; volhouden doorleven; doorstaan; dulden; staan; velen; verdragen; verduren; verteren
steel harden; stalen; uitharden
tolerate doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; volhouden autoriseren; dulden; duren; gedogen; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; tolereren; vergunnen
toughen harden; stalen; uitharden
train bekwamen; coachen; harden; oefenen; trainen africhten; bijbrengen; blokken; dier africhten; doceren; dresseren; inlichten; leren; oefenen; onderrichten; onderwijzen; ontwikkelen; opleiden; repeteren; scholen; studeren; trainen; voorlichten
tutor bekwamen; coachen; harden; oefenen; trainen bijleren; oefenen; ontwikkelen; opleiden; scholen; trainen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
iron ijzeren

Related Definitions for "harden":

  1. hard worden1
    • stopverf moet harden voordat je het schildert1

Wiktionary Translations for harden:

harden
verb
  1. to cause to become accustomed to something unpleasant by prolonged exposure
  2. make hard(er)
  3. to solidify
  4. to gel or harden
noun
  1. rapid cooling of hot metal object

Cross Translation:
FromToVia
harden harden; temper; season; steel; toughen durcir — Durcir

Related Translations for hard



English

Detailed Translations for hard from English to Dutch

hard:


Translation Matrix for hard:

NounRelated TranslationsOther Translations
kritiek comment; criticism; critique; discussion; remark; review
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
benard awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome
benauwd awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome close; muggy; musty; stale; stifling; stuffy; sultry; sweltering
bikkelhard abrasive; as hard as a nails; hard; hard as iron; hard as steel; hard as stone; iron-hard; stone-hard rock-hard; very hard
ernstig awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome critical; earnest; grave; serious; severe; sincere; worrying
hachelijk awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome critical; dangerous; deceptive; delicate; hazardous; perilous; precarious; risky; touchy; unsafe
hard callous; cruel; hard; hard-handed; harsh; heartless; merciless; pitiless; relentless; rough; ruthless; violent aloud; as fast as a bullet; at the top of one's voice; blatant; dispassionate; emotionless; hard-hearted; heartless; impassive; indifferent; insensitive; loud; loudly; lustily; openly; out loud; showy; shrill; soulless; stone-hard; uncaring; unfeeling; very fast
hardhandig hard; hard-handed; harsh; rough; violent
hardvochtig callous; cruel; hard; harsh; heartless; merciless; pitiless; relentless; ruthless dispassionate; emotionless; hard-hearted; heartless; impassive; indifferent; insensitive; soulless; uncaring; unfeeling
kalkachtig calcareous; calciferous; hard; limy
kalkhoudend calcareous; calciferous; hard; limy
keihard abrasive; as hard as a nails; hard; hard as iron; hard as steel; hard as stone; iron-hard; stone-hard as fast as a bullet; as hard as nails; as hard as rock; deafening; loud; rock-hard; stone-hard; very fast; very hard
kritiek awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome critical; delicate; perilous; precarious; touchy
kritisch critical; difficult; hard; problematic; trying
lastig awkward; burdensome; difficult; hard; heavy; massive; stiff; tough aggravating; annoying; awkward; boring; bothersome; critical; delicate; disagreeable; dreadful; dull; hindrance-causing; ill-timed; incompetent; inconvenient; incriminating; perilous; precarious; touchy; tough; tricky; troublesome; unfit; unpleasant; unsuitable; unwelcome
moeilijk awkward; burdensome; critical; difficult; hard; heavy; massive; problematic; stiff; tough; trying
onbarmhartig callous; cruel; hard; harsh; heartless; merciless; pitiless; relentless; ruthless heartless; merciless; pitiless; ruthless
ongemakkelijk awkward; burdensome; difficult; hard; heavy; massive; stiff; tough awkward; hindrance-causing; ill-at-ease; inconvenient; uncomfortable
ongenadig callous; cruel; hard; harsh; heartless; merciless; pitiless; relentless; ruthless heartless; merciless; pitiless; ruthless
onzacht hard; hard-handed; harsh; rough; violent abrupt; blunt; curt; short; steep
penibel awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome critical; delicate; perilous; precarious; touchy
problematisch critical; difficult; hard; problematic; trying difficult; problematic; problematical
ruw hard; hard-handed; harsh; rough; violent big-boned; feral; heavily-built; hefty; rough; stocky; unbroken; unprocessed; untamed; wild
staalhard abrasive; as hard as a nails; hard; hard as iron; hard as steel; hard as stone; iron-hard; stone-hard
steenhard abrasive; as hard as a nails; hard; hard as iron; hard as steel; hard as stone; iron-hard; stone-hard
zorgelijk awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome alarming; disturbing; worrisome
zorgwekkend awkward; critical; hard; painful; perilous; precarious; review; worrisome alarming; disturbing; worrisome
zwaar awkward; burdensome; difficult; hard; heavy; massive; stiff; tough burdensome; filling; heavily built; heavy; heavyset; massive; oppressing; oppressive; rich
- concentrated; difficult; heavy; intemperate; knockout; severe; strong; surd; tough; unvoiced; voiceless
AdverbRelated TranslationsOther Translations
- firmly; heavily; intemperately; severely
OtherRelated TranslationsOther Translations
- strenuous
ModifierRelated TranslationsOther Translations
ijzerhard abrasive; as hard as a nails; hard; hard as iron; hard as steel; hard as stone; iron-hard; stone-hard
niet makkelijk awkward; burdensome; difficult; hard; heavy; massive; stiff; tough

Related Words for "hard":


Synonyms for "hard":


Antonyms for "hard":


Related Definitions for "hard":

  1. not easy; requiring great physical or mental effort to accomplish or comprehend or endure2
    • why is it so hard for you to keep a secret?2
  2. dried out2
    • hard dry rolls left over from the day before2
  3. unfortunate or hard to bear2
    • had hard luck2
  4. resisting weight or pressure2
  5. dispassionate2
    • took a hard look2
    • a hard bargainer2
  6. (of speech sounds); produced with the back of the tongue raised toward or touching the velum2
    • Russian distinguished between hard consonants and palatalized or soft consonants2
  7. (of light) transmitted directly from a pointed light source2
  8. being distilled rather than fermented; having a high alcoholic content2
    • hard liquor2
  9. given to excessive indulgence of bodily appetites especially for intoxicating liquors2
    • a hard drinker2
  10. produced without vibration of the vocal cords2
  11. very strong or vigorous2
    • a hard left to the chin2
  12. with effort or force or vigor2
    • the team played hard2
    • worked hard all day2
    • pressed hard on the lever2
    • hit the ball hard2
    • slammed the door hard2
  13. to the full extent possible; all the way2
    • hard alee2
    • the ship went hard astern2
    • swung the wheel hard left2
  14. slowly and with difficulty2
    • prejudices die hard2
  15. causing great damage or hardship2
    • industries hit hard by the depression2
  16. with firmness2
    • held hard to the railing2
  17. earnestly or intently2
    • thought hard about it2
    • stared hard at the accused2
  18. with pain or distress or bitterness2
    • he took the rejection very hard2
  19. very near or close in space or time2
    • it stands hard by the railroad tracks2
    • they were hard on his heels2
    • a strike followed hard upon the plant's opening2
  20. into a solid condition2
    • concrete that sets hard within a few hours2
  21. indulging excessively2

Wiktionary Translations for hard:

hard
adjective
  1. of water, high in dissolved calcium compounds
  2. of drink: strong
  3. unquestionable
  4. severe
  5. demanding a lot of effort to endure
  6. requiring a lot of effort to do or understand
  7. resistant to pressure
hard
noun
  1. (informeel) een stijve penis
adjective
  1. geconcentreerd

Cross Translation:
FromToVia
hard stug hart — nur mit großem Kraftaufwand verformbar
hard stug hart — mit großer Kraft
hard stug hart — nicht von Mitleid, Mitgefühl oder Barmherzigkeit geleitet - derart, dass es an Grausamkeit grenzt.
hard moeilijk; lastig; slim; zwaar difficile — Non facile, qui nécessite un grand effort.
hard hard; onzacht; stug; moeilijk; lastig; slim; zwaar dur — Qui, par suite de sa fermeté, est difficile à pénétrer, à entamer.
hard gevestigd; hecht; stevig; vast ferme — Qui a de la consistance, de la dureté.
hard moeilijk; moeitevol; moeizaam; zuur; zwaar; arbeidzaam; ijverig; nijver; vlijtig; werkzaam; naarstig laborieux — Qui travaille beaucoup, qui aime le travail.
hard bedroevend; droevig; triest; moeilijk; moeitevol; moeizaam; zuur; zwaar; droef; smartelijk; treurig; deerlijk; pijnlijk; zeer pénible — Qui se fait avec peine, qui donne de la peine, de la fatigue.
hard bar; duchtig; hard; straf; streng; zwaar sévère — Qui est rigide, sans indulgence.

Related Translations for hard