Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. insnijding:


Dutch

Detailed Translations for insnijding from Dutch to English

insnijding:

insnijding [de ~ (v)] nom

  1. de insnijding (inkeping; jaap; snede; snee)
    the incision; the indentation; the slash; the cut; the gash
  2. de insnijding (split)
    the slit; the slash

Translation Matrix for insnijding:

NounRelated TranslationsOther Translations
cut inkeping; insnijding; jaap; snede; snee bekorting; besnoeiing; besparing; bezuiniging; coupure; inkeping; inkerving; inkrimping; keep; kerf; korting; kostenbesparing; ontering; prijsverlaging; prijsvermindering; reductie; snede; snee; sneetje; snijwond; snijwondje; snit; snoeiing; verkorting; verlaging
gash inkeping; insnijding; jaap; snede; snee barst; gat; groef; hak; houw; houwen; inkeping; inkerving; japen; keep; kerf; kloof; opening; reet; scheur; slag met een scherp werktuig; sneden; split; uitsparing
incision inkeping; insnijding; jaap; snede; snee cesuur; inkeping; inkerving; keep; kerf; snede; snee; sneetje; snijwond; snijwondje
indentation inkeping; insnijding; jaap; snede; snee inspringing
slash inkeping; insnijding; jaap; snede; snee; split hak; houw; inkeping; inkerving; keep; kerf; slag met een scherp werktuig; slash
slit insnijding; split gleuf; langwerpige uitholling; opening; sleuf
VerbRelated TranslationsOther Translations
cut aankaarten; aansnijden; aanvoeren; afsnijden; coifferen; doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doorknippen; doormidden hakken; een knippend geluid maken; entameren; houtsnijden; in hout schrijven; in tweeën houwen; kappen; kerven; klieven; kloven; knippen; kort knippen; kort maken; korten; op tafel leggen; opperen; opwerpen; prikken; snerpen; snijden; snijwerk maken; steken; steken geven; te berde brengen; ter sprake brengen
slash in hout schrijven; kerven
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
cut gekuist; gesneden; zedig gemaakt