Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. knoeien:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for knoeien from Dutch to English

knoeien:

knoeien verbe (knoei, knoeit, knoeide, knoeiden, geknoeid)

  1. knoeien (morsen; vlekken; kladden)
    to spill; to mess; slop
    • spill verbe (spills, spilled, spilling)
    • mess verbe (messes, messed, messing)
    • slop verbe
  2. knoeien (klungelen; klunzen; prutsen; stuntelen)
    to bungle
    • bungle verbe (bungles, bungled, bungling)
  3. knoeien (aanrotzooien; scharrelen; aanrommelen; rotzooien)
    to mess around; to fool around; fool about; to mess about

Conjugations for knoeien:

o.t.t.
  1. knoei
  2. knoeit
  3. knoeit
  4. knoeien
  5. knoeien
  6. knoeien
o.v.t.
  1. knoeide
  2. knoeide
  3. knoeide
  4. knoeiden
  5. knoeiden
  6. knoeiden
v.t.t.
  1. heb geknoeid
  2. hebt geknoeid
  3. heeft geknoeid
  4. hebben geknoeid
  5. hebben geknoeid
  6. hebben geknoeid
v.v.t.
  1. had geknoeid
  2. had geknoeid
  3. had geknoeid
  4. hadden geknoeid
  5. hadden geknoeid
  6. hadden geknoeid
o.t.t.t.
  1. zal knoeien
  2. zult knoeien
  3. zal knoeien
  4. zullen knoeien
  5. zullen knoeien
  6. zullen knoeien
o.v.t.t.
  1. zou knoeien
  2. zou knoeien
  3. zou knoeien
  4. zouden knoeien
  5. zouden knoeien
  6. zouden knoeien
en verder
  1. is geknoeid
diversen
  1. knoei!
  2. knoeit!
  3. geknoeid
  4. knoeiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for knoeien:

NounRelated TranslationsOther Translations
bungle broddelwerk; kladwerk; knoeiboel; knoeiwerk; knutselwerk; prutswerk; rommel; troep; warboel; warhoop; warwinkel; zootje
mess bedrog; bende; berg; bocht; chaos; geklieder; heisa; heksenketel; hoop; keet; kliederboel; kliederen; knoeiboel; knoeierij; nep; opeenhoping; oplichterij; puinhoop; puinzooi; regelloosheid; rommel; rompslomp; rotzooi; smeerboel; smerig spul; soepzootje; toestand; troep; veel gedoe; wanorde; wanordelijkheid; warboel; warhoop; warwinkel; zooi; zootje; zwendelarij
spill lek; lekkage
VerbRelated TranslationsOther Translations
bungle klungelen; klunzen; knoeien; prutsen; stuntelen aanklooien; broddelen; haspelen; klooien; prutsen; rotzooien; tot een warboel maken; verprutsen; verwarren
fool about aanrommelen; aanrotzooien; knoeien; rotzooien; scharrelen
fool around aanrommelen; aanrotzooien; knoeien; rotzooien; scharrelen aan de scharrel zijn; flirten; scharrelen
mess kladden; knoeien; morsen; vlekken aanklooien; droppen; druipen; druppelen; druppels laten vallen; druppen; klooien; rotzooien; verdoen; verspillen
mess about aanrommelen; aanrotzooien; knoeien; rotzooien; scharrelen aanmodderen; modderen; prutsen; rommelen
mess around aanrommelen; aanrotzooien; knoeien; rotzooien; scharrelen fröbelen; knutselen; prutsen
slop kladden; knoeien; morsen; vlekken verdoen; verspillen
spill kladden; knoeien; morsen; vlekken verdoen; verspillen

Synonyms for "knoeien":


Related Definitions for "knoeien":

  1. door onhandigheid druppels of kruimels laten vallen1
    • Jan knoeit zo als hij kookt1

Wiktionary Translations for knoeien:


Cross Translation:
FromToVia
knoeien defraud; swindle frauder — Traductions à trier suivant le sens
knoeien ruin; botch; bungle; screw up; spoil; blow; blunder; flub gâcher — maçonnerie|fr délayer du plâtre, du mortier avec de l’eau.