Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. bijmengen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for bijmengen from Dutch to Spanish

bijmengen:

bijmengen verbe (meng bij, mengt bij, mengde bij, mengden bij, bijgemengd)

  1. bijmengen (aan mengsel toevoegen)

Conjugations for bijmengen:

o.t.t.
  1. meng bij
  2. mengt bij
  3. mengt bij
  4. mengen bij
  5. mengen bij
  6. mengen bij
o.v.t.
  1. mengde bij
  2. mengde bij
  3. mengde bij
  4. mengden bij
  5. mengden bij
  6. mengden bij
v.t.t.
  1. heb bijgemengd
  2. hebt bijgemengd
  3. heeft bijgemengd
  4. hebben bijgemengd
  5. hebben bijgemengd
  6. hebben bijgemengd
v.v.t.
  1. had bijgemengd
  2. had bijgemengd
  3. had bijgemengd
  4. hadden bijgemengd
  5. hadden bijgemengd
  6. hadden bijgemengd
o.t.t.t.
  1. zal bijmengen
  2. zult bijmengen
  3. zal bijmengen
  4. zullen bijmengen
  5. zullen bijmengen
  6. zullen bijmengen
o.v.t.t.
  1. zou bijmengen
  2. zou bijmengen
  3. zou bijmengen
  4. zouden bijmengen
  5. zouden bijmengen
  6. zouden bijmengen
diversen
  1. meng bij!
  2. mengt bij!
  3. bijgemengd
  4. bijmengend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for bijmengen:

NounRelated TranslationsOther Translations
mezclar melêren; mengen; mixen; vermengen
VerbRelated TranslationsOther Translations
acompañar aan mengsel toevoegen; bijmengen afgeven; afleveren; begeleiden; bestellen; bezorgen; bijdoen; bijsluiten; bijvoegen; brengen; chaperonneren; eindje meerijden; erbij voegen; escorteren; geleiden; insluiten; langs brengen; leiden; meebrengen; meegaan; meelopen; meerijden; meevoeren; oprijden; overhandigen; rondleiden; thuisbezorgen; toevoegen; vergezellen; voeren; volgen; wegbrengen
adjuntar aan mengsel toevoegen; bijmengen bijdoen; bijrekenen; bijsluiten; bijtellen; bijvoegen; erbij tellen; erbij voegen; insluiten; optellen; toevoegen
agregar aan mengsel toevoegen; bijmengen aansluiten; aanvullen; bijdoen; bijrekenen; bijsluiten; bijtellen; bijvoegen; completeren; erbij optellen; erbij tellen; erbij voegen; insluiten; optellen; toevoegen; voltallig maken
añadir a mezcla aan mengsel toevoegen; bijmengen
mezclar aan mengsel toevoegen; bijmengen door elkaar gooien; door elkaar schudden; dooreenmengen; doorelkaargooien; husselen; hutselen; mengen; met elkaar verwarren; mixen; roeren; vermengen; verwisselen

Wiktionary Translations for bijmengen:


Cross Translation:
FromToVia
bijmengen adjuntar; agregar; añadir adjoindre — À trier
bijmengen añadir ajoutermettre en plus.
bijmengen juntar; ayuntar; reunirse joindreapprocher deux choses l’une contre l’autre, en sorte qu’elles se toucher ou qu’elles se tenir.