Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. blank:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for blankheid from Dutch to Spanish

blank:


Translation Matrix for blank:

NounRelated TranslationsOther Translations
blanco doel; doelschijf; doelwit; mikpunt; schietschijf
claro helderheid; klaarheid; lichtsterkte
ModifierRelated TranslationsOther Translations
blanco blank; ongelakt; wit; wit van huidskleur blanco; bleek; bleek van gelaatskleur; flauw; flets; loos; pips; verschoten; vrij; wit; zonder taak
claro blank; ongelakt 'tuurlijk; aanschouwelijk; algemeen begrijpbaar; allicht; begrepen; begrijpelijk; bevatbaar; bevattelijk; bijgevolg; bleek; cru; direct; doorgrond; doorzien; duidelijk; dus; echt; eenduidig; flagrant; gevat; gewoonweg; helder; herkenbaar; heus; inzichtelijk; klaar; klaar als een klontje; klare; klinkklaar; kuis; licht; lichtgevend; logisch; lumineus; natuurlijk; net; niet donker; onbewimpeld; onbewolkt; ondubbelzinnig; onmiskenbaar; onomwonden; onontkomelijk; onverbloemd; onverholen; onvermengd; onversneden; open; openhartig; openlijk; oprecht; overduidelijk; overzichtelijk; pips; pure; puur; recht door zee; rechttoe; rechttoe rechtaan; regelrecht; rein; ronduit; scherpzinnig; schoon; schrander; slim; snedig; uiteraard; uitgeslapen; vanzelfsprekend; verhelderend; verstaanbaar; vrij; vrijelijk; vrijuit; werkelijk; zeker; zo klaar als een klontje; zonder twijfel; zonneklaar; zuiver; zuivere
desnudo blank; ongelakt bloot; moedernaakt; naakt; onbedekt; onbewimpeld; onbloot; onomwonden; onoverdekt; ontbloot; onverbloemd; onverholen; openhartig; poedelnaakt; ronduit; ruiterlijk; spiernaakt
incoloro blank; bleek; kleurloos; ongekleurd; ongelakt; wit; wit van huidskleur bleek; flauw; flets; grauw; pips; vaal; verschoten
paliducho blank; wit; wit van huidskleur doodsbleek; lijkbleek; lijkwit; sneeuwwit; spierwit; wit
puro blank; ongelakt baarlijk; echt; eerlijk; fideel; gaaf; gewoonweg; klinkklaar; kuis; louter; maagdelijk; net; onaangeraakt; onbesmet; onbevlekt; onbewimpeld; onbezwaard; ongerept; onomwonden; onschuldig; onverbloemd; onverholen; onvermengd; onversneden; onvervalst; onzinnig; openhartig; oprecht; pure; puur; rechttoe; rein; rondborstig; ronduit; ruiterlijk; schoon; trouwhartig; virginaal; vlekkeloos; zuiver; zuivere
pálido blank; ongelakt; wit; wit van huidskleur bleek; bleek van gelaatskleur; bleekjes; flauw; flets; grauwkleurig; grijs; kleurloos; mat; pips; slap; slapjes; verschoten; wee; wit; ziekelijk; zwak
sin color blank; bleek; kleurloos; ongekleurd bleek; flauw; flets; grauw; pips; vaal; verschoten
sin pintar blank; ongelakt; wit; wit van huidskleur

Related Words for "blank":

  • blankheid, blanker, blankere, blankst, blankste, blanke

Related Definitions for "blank":

  1. een huid die niet gekleurd is1
    • de meeste inwoners van deze stad zijn blank1
  2. ongekleurd of ongeverfd1
    • de bank is van blank hout1

Wiktionary Translations for blank:


Cross Translation:
FromToVia
blank inundado awash — Washed by the waves or tide
blank pastel fair — light in color or pale
blank caucásico white — Caucasian
blank blanco; cano blanc — blanc (sens général)


Wiktionary Translations for blankheid:


Cross Translation:
FromToVia
blankheid blancura; albor; albura blancheur — Qualité de ce qui est blanc.