Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. verdoen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for verdoen from Dutch to Spanish

verdoen:

verdoen verbe (verdoe, verdoet, verdeed, verdeden, verdaan)

  1. verdoen (verspillen)

Conjugations for verdoen:

o.t.t.
  1. verdoe
  2. verdoet
  3. verdoet
  4. verdoen
  5. verdoen
  6. verdoen
o.v.t.
  1. verdeed
  2. verdeed
  3. verdeed
  4. verdeden
  5. verdeden
  6. verdeden
v.t.t.
  1. heb verdaan
  2. hebt verdaan
  3. heeft verdaan
  4. hebben verdaan
  5. hebben verdaan
  6. hebben verdaan
v.v.t.
  1. had verdaan
  2. had verdaan
  3. had verdaan
  4. hadden verdaan
  5. hadden verdaan
  6. hadden verdaan
o.t.t.t.
  1. zal verdoen
  2. zult verdoen
  3. zal verdoen
  4. zullen verdoen
  5. zullen verdoen
  6. zullen verdoen
o.v.t.t.
  1. zou verdoen
  2. zou verdoen
  3. zou verdoen
  4. zouden verdoen
  5. zouden verdoen
  6. zouden verdoen
diversen
  1. verdoe!
  2. verdoet!
  3. verdaan
  4. verdoenend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verdoen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
malgastar verdoen; verspillen verbeuzelen; verboemelen; verbrassen; verknoeien; verkopen; verkwanselen; verkwisten; verlummelen; verspillen; wegsmijten
malgastar el tiempo verdoen; verspillen
perder el tiempo verdoen; verspillen verbeuzelen; verknoeien; verlummelen

Wiktionary Translations for verdoen:


Cross Translation:
FromToVia
verdoen malgastar; desperdiciar waste — to squander
verdoen disipar; acabar dissiperdétruire en disperser.
verdoen prodigar; acabar prodiguerdonner, dépenser avec profusion.