Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. vooruitstekend:
  2. vooruitsteken:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for vooruitstekend from Dutch to Spanish

vooruitstekend:

vooruitstekend adj

  1. vooruitstekend (vooruitspringend; uitspringend; naar voren staand)

Translation Matrix for vooruitstekend:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
sobresaliente naar voren staand; uitspringend; vooruitspringend; vooruitstekend boven uit torend; bovenuit stekend; briljante; hoogwaardig; perfect; prima; te goed; uitstek; van goede kwaliteit

Wiktionary Translations for vooruitstekend:


Cross Translation:
FromToVia
vooruitstekend notable remarquable — Qui mériter d’être remarqué ; qui attirer l’attention.
vooruitstekend afilado; agudo saillant — Qui avancer, qui sortir en dehors.
vooruitstekend eminente; excelente éminent — soutenu|fr Qui s’élever au-dessus du niveau général, parler d’un terrain.

vooruitsteken:

vooruitsteken verbe (steek vooruit, steekt vooruit, stak vooruit, staken vooruit, vooruitgestoken)

  1. vooruitsteken (vooruitspringen)

Conjugations for vooruitsteken:

o.t.t.
  1. steek vooruit
  2. steekt vooruit
  3. steekt vooruit
  4. steken vooruit
  5. steken vooruit
  6. steken vooruit
o.v.t.
  1. stak vooruit
  2. stak vooruit
  3. stak vooruit
  4. staken vooruit
  5. staken vooruit
  6. staken vooruit
v.t.t.
  1. heb vooruitgestoken
  2. hebt vooruitgestoken
  3. heeft vooruitgestoken
  4. hebben vooruitgestoken
  5. hebben vooruitgestoken
  6. hebben vooruitgestoken
v.v.t.
  1. had vooruitgestoken
  2. had vooruitgestoken
  3. had vooruitgestoken
  4. hadden vooruitgestoken
  5. hadden vooruitgestoken
  6. hadden vooruitgestoken
o.t.t.t.
  1. zal vooruitsteken
  2. zult vooruitsteken
  3. zal vooruitsteken
  4. zullen vooruitsteken
  5. zullen vooruitsteken
  6. zullen vooruitsteken
o.v.t.t.
  1. zou vooruitsteken
  2. zou vooruitsteken
  3. zou vooruitsteken
  4. zouden vooruitsteken
  5. zouden vooruitsteken
  6. zouden vooruitsteken
diversen
  1. steek vooruit!
  2. steekt vooruit!
  3. vooruitgestoken
  4. vooruitstekend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vooruitsteken:

NounRelated TranslationsOther Translations
salir heengaan; vertrekken; weggaan
sobresalir uitsteken; voorbijstreven
VerbRelated TranslationsOther Translations
resaltar vooruitspringen; vooruitsteken afsteken; eruit springen; in het oog lopen; markeren; opvallen; uitspringen; uitsteken
salir vooruitspringen; vooruitsteken afhaken; afreizen; afsluiten; afvallen; afzeggen; afzien van; belanden; bewaarheid worden; blijken; conveniëren; de hort op gaan; de plaat poetsen; deugen; eruit gaan; eruitgaan; eruitstappen; ervandoor gaan; extraheren; gaan; geraken; geschikt zijn; heengaan; hem smeren; loskomen; loskrijgen; losmaken; lostornen; naar de vijand overlopen; ontglippen; ontkomen; ontslagen worden; ontsnappen aan; ontvluchten; op vrije voeten gesteld worden; opbreken; opgeven; ophouden; opstappen; passen; passend zijn; reizen; rondreizen; smeren; stappen; stoppen; terechtkomen; tornen; trekken; uitgaan; uithalen; uitkomen; uitrijden; uitstappen; uittrekken; verdwijnen; verlaten; vertrekken; verwijderen; verzeilen; vluchten; vooraan staan; vrijkomen; weggaan; wegkomen; weglopen; wegreizen; wegrennen; wegtrekken; zich uit de voeten maken; zich vrijmaken; zwerven
sobresalir vooruitspringen; vooruitsteken excelleren; onderscheiden; overtreffen; overvleugelen; schitteren; uitblinken; uitblinken boven; uitmunten; uitsteken
OtherRelated TranslationsOther Translations
salir uitkomen; uitstromen