Dutch

Detailed Translations for omranden from Dutch to Spanish

omranden:

omranden verbe (omrand, omrandt, omrandde, omrandden, omrand)

  1. omranden (afzetten)

Conjugations for omranden:

o.t.t.
  1. omrand
  2. omrandt
  3. omrandt
  4. omranden
  5. omranden
  6. omranden
o.v.t.
  1. omrandde
  2. omrandde
  3. omrandde
  4. omrandden
  5. omrandden
  6. omrandden
v.t.t.
  1. heb omrand
  2. hebt omrand
  3. heeft omrand
  4. hebben omrand
  5. hebben omrand
  6. hebben omrand
v.v.t.
  1. had omrand
  2. had omrand
  3. had omrand
  4. hadden omrand
  5. hadden omrand
  6. hadden omrand
o.t.t.t.
  1. zal omranden
  2. zult omranden
  3. zal omranden
  4. zullen omranden
  5. zullen omranden
  6. zullen omranden
o.v.t.t.
  1. zou omranden
  2. zou omranden
  3. zou omranden
  4. zouden omranden
  5. zouden omranden
  6. zouden omranden
en verder
  1. ben omrand
  2. bent omrand
  3. is omrand
  4. zijn omrand
  5. zijn omrand
  6. zijn omrand
diversen
  1. omrand!
  2. omrandt!
  3. omrand
  4. omrandend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for omranden:

NounRelated TranslationsOther Translations
alzar omhoog steken; opsteken
amanecer aanbreken van de dag; dageraad; morgenschemering; morgenstond; ochtendgloren; ochtendstond; vroege ochtenduren; zonsopgang
bordear laveren
VerbRelated TranslationsOther Translations
acotar afzetten; omranden aannemen; aanvaarden; accepteren; afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; beknotten; beperken; neppen; omlijnen
alzar afzetten; omranden aanleren; aansteken; aanstrijken; absorberen; afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; bijdoen; bijsluiten; bijvoegen; buslichten; casseren; doen ontvlammen; eigen maken; erbij voegen; heffen; hernieuwen; herstellen; hijsen; hoger draaien; hoger maken; in de fik steken; in de hoogte steken; leren; lichten; lichter worden van kleur; naar boven tillen; neppen; omhoog brengen; omhoog doen; omhoog heffen; omhoogdraaien; omhoogheffen; omhoogkomen; omhoogrijzen; omhoogrukken; omhoogsteken; omhoogtillen; omlijnen; opdraaien; opheffen; oplichten; opnemen; oppikken; oprijzen; opslorpen; opslurpen; opsteken; opstijgen; optillen; opvliegen; renoveren; restaureren; rijzen; sigaret opsteken; tillen; toevoegen; verbeteren; verhelpen; verhogen; verneuken; vernieuwen; verwerven
amanecer afzetten; omranden aanbreken van de dag; aanmanen; aanmanen tot een verplichting; aanrekenen; aansteken; aanstrijken; aanwrijven; afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; berispen; beschuldigen; blameren; dagen; doen ontvlammen; flikkeren; fonkelen; gispen; glanzen; gloren; iemand iets verwijten; krieken; kwalijk nemen; laken; licht worden; lichten; lichter worden van kleur; manen; nadragen; neppen; omlijnen; oplichten; schijnen; sommeren; sprankelen; stralen; twinkelen; verhuizen; verkassen; verneuken; verwijten; voor de voeten gooien; voorhouden
amañar afzetten; omranden afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; neppen; omlijnen; sjoemelen
apear afzetten; omranden afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; beknotten; beperken; neppen; omlijnen
apoyarse en afzetten; omranden aanleunen; afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; leunen tegen; omlijnen
atrabancar afzetten; omranden afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; keutelen; neppen; omlijnen
bordear afzetten; omranden koers zetten naar; koersen naar; kruisen; laveren; opkruisen; oplaveren; tegen de wind in varen
cercar afzetten; omranden afbakenen; afdekken; afpalen; afschermen; afschutten; afzetten; begrenzen; beknotten; beperken; beschermen; beschutten; insluiten; neppen; omcirkelen; omleggen; omlijnen; omsingelen; omsluiten
dar salida afzetten; omranden afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; laten uitstappen; omlijnen; verneuken
destituir afzetten; omranden afbakenen; afpalen; afzetten; amputeren; begrenzen; beknotten; beperken; omlijnen; ontheffen; ontslaan; opsturen; posten; sturen; toezenden; uitsturen; verneuken; verzenden; wegsturen; wegzenden
emporcarse afzetten; omranden afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; keutelen; neppen; omlijnen