Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. oscilleren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for oscilleren from Dutch to French

oscilleren:

oscilleren verbe

  1. oscilleren
    osciller
    • osciller verbe (oscille, oscilles, oscillons, oscillez, )

Translation Matrix for oscilleren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
osciller oscilleren bengelen; deinen; flakkeren; flikkeren; fluctueren; golven; heen en weer zwaaien; schommelen; slingeren; variëren; vlammen; wankelen; wiebelen; wiegelen; wiegen; wriggelen; wrikken; zwaaien; zwenken

Wiktionary Translations for oscilleren:

oscilleren
verb
  1. oscilleren
oscilleren