Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. spaak:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for spaak from Dutch to French

spaak:

spaak [de ~] nom

  1. de spaak
    le rayon; le rai

Translation Matrix for spaak:

NounRelated TranslationsOther Translations
rai spaak baton; staaf; staf; stang; stok
rayon spaak afdeling; basisbestanddeel; baton; bestanddeel; bestuursregio; boekenplank; component; deel; departement; detachement; divisie; element; erf; fractie; grondgebied; ingrediënt; legbord; onderdeel; plank; radiatie; radius; rek; schap; sectie; spaak van een fietswiel; sprankeltje; staaf; staf; stang; stok; straal; straalbundel; stralenbundel; straling; stuk; tak; terrein; territorium; uitstraling; vakgroep; vonkje; wielspaak

Related Words for "spaak":

  • spaken

Related Definitions for "spaak":

  1. verbinding tussen as en velg van een wiel1
    • er zijn een paar spaken van de fiets stuk1

Wiktionary Translations for spaak:

spaak
noun
  1. een staaf die de naaf en de velg van een wiel verbindt
spaak
Cross Translation:
FromToVia
spaak rayon spoke — part of a wheel

Related Translations for spaak