Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. stoten op:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for stoten op from Dutch to French

stoten op:

stoten op verbe (stoot op, stootte op, stootten op, gestoten op)

  1. stoten op (botsen; op elkaar stoten; aanrijden; op elkaar knallen)
    se heurter; accrocher; cogner; heurter; donner contre; se cogner; se rentrer dedans; choquer
    • se heurter verbe
    • accrocher verbe (accroche, accroches, accrochons, accrochez, )
    • cogner verbe (cogne, cognes, cognons, cognez, )
    • heurter verbe (heurte, heurtes, heurtons, heurtez, )
    • se cogner verbe
    • choquer verbe (choque, choques, choquons, choquez, )

Conjugations for stoten op:

o.t.t.
  1. stoot op
  2. stoot op
  3. stoot op
  4. stoten op
  5. stoten op
  6. stoten op
o.v.t.
  1. stootte op
  2. stootte op
  3. stootte op
  4. stootten op
  5. stootten op
  6. stootten op
v.t.t.
  1. heb gestoten op
  2. hebt gestoten op
  3. heeft gestoten op
  4. hebben gestoten op
  5. hebben gestoten op
  6. hebben gestoten op
v.v.t.
  1. had gestoten op
  2. had gestoten op
  3. had gestoten op
  4. hadden gestoten op
  5. hadden gestoten op
  6. hadden gestoten op
o.t.t.t.
  1. zal stoten op
  2. zult stoten op
  3. zal stoten op
  4. zullen stoten op
  5. zullen stoten op
  6. zullen stoten op
o.v.t.t.
  1. zou stoten op
  2. zou stoten op
  3. zou stoten op
  4. zouden stoten op
  5. zouden stoten op
  6. zouden stoten op
en verder
  1. ben gestoten op
  2. bent gestoten op
  3. is gestoten op
  4. zijn gestoten op
  5. zijn gestoten op
  6. zijn gestoten op
diversen
  1. stoot op!
  2. stoott op!
  3. gestoten op
  4. stotend op
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for stoten op:

VerbRelated TranslationsOther Translations
accrocher aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op aanhaken; aanhangen; aankoppelen; inhaken; vasthaken; vastkoppelen
choquer aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op aanstoot geven; choqueren; grieven; krenken; kwetsen; laten schrikken; pijn doen; schokken; shockeren; zeer doen
cogner aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op aankloppen; aantikken; beuken; bonken; hameren; hard slaan; hengsten; kloppen; meppen; rammen; slaan; stompen; tikken; timmeren
donner contre aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op
heurter aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op aankloppen; aanstoot geven; aantikken; aanvaren; bonken; bonzen; choqueren; hameren; hard slaan; hengsten; ketsen; kloppen; luiden; meppen; opbotsen; rammen; schokken; shockeren; slaan; tikken; timmeren
se cogner aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op bakkeleien; bonzen; duelleren; kampen; knokken; luiden; matten; strijden; vechten
se heurter aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op er op rijden; op elkaar botsen
se rentrer dedans aanrijden; botsen; op elkaar knallen; op elkaar stoten; stoten op


Related Translations for stoten op