Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. witwassen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for witwassen from Dutch to Swedish

witwassen:

witwassen verbe (was wit, wast wit, waste wit, wasten wit, wit gewassen)

  1. witwassen
    vittvätta
    • vittvätta verbe (vittvättar, vittvättade, vittvättat)

Conjugations for witwassen:

o.t.t.
  1. was wit
  2. wast wit
  3. wast wit
  4. wassen wit
  5. wassen wit
  6. wassen wit
o.v.t.
  1. waste wit
  2. waste wit
  3. waste wit
  4. wasten wit
  5. wasten wit
  6. wasten wit
v.t.t.
  1. heb wit gewassen
  2. hebt wit gewassen
  3. heeft wit gewassen
  4. hebben wit gewassen
  5. hebben wit gewassen
  6. hebben wit gewassen
v.v.t.
  1. had wit gewassen
  2. had wit gewassen
  3. had wit gewassen
  4. hadden wit gewassen
  5. hadden wit gewassen
  6. hadden wit gewassen
o.t.t.t.
  1. zal witwassen
  2. zult witwassen
  3. zal witwassen
  4. zullen witwassen
  5. zullen witwassen
  6. zullen witwassen
o.v.t.t.
  1. zou witwassen
  2. zou witwassen
  3. zou witwassen
  4. zouden witwassen
  5. zouden witwassen
  6. zouden witwassen
diversen
  1. was wit!
  2. wast wit!
  3. wit gewassen
  4. witwassend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for witwassen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
vittvätta witwassen schoonwassen

Wiktionary Translations for witwassen:


Cross Translation:
FromToVia
witwassen penningtvätt GeldwäscheEinschleusung illegaler Erlöse aus Straftaten (zum Beispiel aus Drogenhandel) in den legalen Finanz- und Wirtschaftskreislauf

External Machine Translations: