Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. stofzuigen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for stofzuigen from Dutch to Swedish

stofzuigen:

stofzuigen verbe (stofzuig, stofzuigt, stofzuigde, stofzuigden, gestofzuigd)

  1. stofzuigen (opzuigen)
    dammsuga
    • dammsuga verbe (dammsuger, dammsög, dammsugit)

Conjugations for stofzuigen:

o.t.t.
  1. stofzuig
  2. stofzuigt
  3. stofzuigt
  4. stofzuigen
  5. stofzuigen
  6. stofzuigen
o.v.t.
  1. stofzuigde
  2. stofzuigde
  3. stofzuigde
  4. stofzuigden
  5. stofzuigden
  6. stofzuigden
v.t.t.
  1. heb gestofzuigd
  2. hebt gestofzuigd
  3. heeft gestofzuigd
  4. hebben gestofzuigd
  5. hebben gestofzuigd
  6. hebben gestofzuigd
v.v.t.
  1. had gestofzuigd
  2. had gestofzuigd
  3. had gestofzuigd
  4. hadden gestofzuigd
  5. hadden gestofzuigd
  6. hadden gestofzuigd
o.t.t.t.
  1. zal stofzuigen
  2. zult stofzuigen
  3. zal stofzuigen
  4. zullen stofzuigen
  5. zullen stofzuigen
  6. zullen stofzuigen
o.v.t.t.
  1. zou stofzuigen
  2. zou stofzuigen
  3. zou stofzuigen
  4. zouden stofzuigen
  5. zouden stofzuigen
  6. zouden stofzuigen
en verder
  1. is gestofzuigd
  2. zijn gestofzuigd
diversen
  1. stofzuig!
  2. stofzuigt!
  3. gestofzuigd
  4. stofzuigend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for stofzuigen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
dammsuga opzuigen; stofzuigen

Wiktionary Translations for stofzuigen:


Cross Translation:
FromToVia
stofzuigen dammsuga vacuum — transitive: to clean with a vacuum cleaner
stofzuigen dammsuga vacuum — intransitive: to use a vacuum cleaner
stofzuigen dammsuga vacuum-clean — to clean with a vacuum cleaner
stofzuigen dammsuga staubsaugen — einen Staubsauger benutzen