Summary
German to Dutch:   more detail...
  1. aktualisieren:
  2. Wiktionary:


German

Detailed Translations for aktualisieren from German to Dutch

aktualisieren:

aktualisieren verbe

  1. aktualisieren (auf den neusten Stand bringen)
    updaten; bijwerken
    • updaten verbe
    • bijwerken verbe (werk bij, werkt bij, werkte bij, werkten bij, bijgewerkt)
  2. aktualisieren
    bijwerken
    • bijwerken verbe (werk bij, werkt bij, werkte bij, werkten bij, bijgewerkt)
  3. aktualisieren
    vernieuwen
    • vernieuwen verbe (vernieuw, vernieuwt, vernieuwde, vernieuwden, vernieuwd)
  4. aktualisieren

Translation Matrix for aktualisieren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
bijwerken aktualisieren; auf den neusten Stand bringen abhelfen; aufbessern; ausbauen; ausbessern; berichtigen; bessern; ergänzen; erneuern; frisieren; korrigieren; renovieren; retuschieren; verbessern; vervollkommnen
scherm bijwerken aktualisieren
updaten aktualisieren; auf den neusten Stand bringen
vernieuwen aktualisieren abtragen; ausbessern; ausrichten; auswechseln; einfallen; einspringen; erneuern; erneutaufstellen; erneutunterbringen; ersetzen; ersetzt; flicken; herstellen; innovieren; instand setzen; neugestalten; renovieren; reparieren; restaurieren; stellvertreten; tilgen; vertreten; wiederaufbauen; wiedereinsetzen; wiederherstellen; wiederinstand setzen

Synonyms for "aktualisieren":

  • auf den neuesten Stand bringen; updaten

Wiktionary Translations for aktualisieren:

aktualisieren
verb
  1. (overgankelijk) zorgen dat alle veranderingen die inmiddels nodig geworden waren doorgevoerd zijn
  2. informatica|nld actueler maken

Cross Translation:
FromToVia
aktualisieren een webpagina herladen refresh — To reload a webpage on the internet
aktualisieren bijwerken; op punt stellen update — to make something up to date