Summary
English to Dutch:   more detail...
  1. pass around:


English

Detailed Translations for pass around from English to Dutch

pass around:

pass around verbe

  1. pass around (hand round; distribute; hand out; )
    verdelen; ronddelen; uitreiken; uitdelen; rondgeven; rondreiken
    • verdelen verbe (verdeel, verdeelt, verdeelde, verdeelden, verdeeld)
    • ronddelen verbe (deel rond, deelt rond, deelde rond, deelden rond, rondgedeeld)
    • uitreiken verbe (reik uit, reikt uit, reikte uit, reikten uit, uitgereikt)
    • uitdelen verbe (deel uit, deelt uit, deelde uit, deelden uit, uitgedeeld)
    • rondgeven verbe (geef rond, geeft rond, gaf rond, gaven rond, rondgegeven)
    • rondreiken verbe (reik rond, reikt rond, reikte rond, reikten rond, rondgereikt)

Translation Matrix for pass around:

VerbRelated TranslationsOther Translations
ronddelen confer; dish out; distribute; dole out; give out; hand out; hand round; parcel out; pass around distribute; hand out; ration
rondgeven confer; dish out; distribute; dole out; give out; hand out; hand round; parcel out; pass around
rondreiken confer; dish out; distribute; dole out; give out; hand out; hand round; parcel out; pass around
uitdelen confer; dish out; distribute; dole out; give out; hand out; hand round; parcel out; pass around treat
uitreiken confer; dish out; distribute; dole out; give out; hand out; hand round; parcel out; pass around distribute; hand out; ration
verdelen confer; dish out; distribute; dole out; give out; hand out; hand round; parcel out; pass around distribute; divide; hand out; lot; parcel out; ration
- circulate; distribute; pass on

Synonyms for "pass around":


Related Definitions for "pass around":

  1. cause be distributed1

External Machine Translations:

Related Translations for pass around