Summary
Spanish to Dutch:   more detail...
  1. aterrar:
  2. Wiktionary:


Spanish

Detailed Translations for aterrar from Spanish to Dutch

aterrar:

aterrar verbe

  1. aterrar (ahuyentar; atemorizar)
    afschrikken; verschrikken; bang maken
    • afschrikken verbe (schrik af, schrikt af, schrikte af, schrikten af, afgeschrikt)
    • verschrikken verbe (verschrik, verschrikt, verschrok, verschrokken, verschrokken)
    • bang maken verbe

Translation Matrix for aterrar:

NounRelated TranslationsOther Translations
afschrikken desalentador; desanimante; disuasivo
VerbRelated TranslationsOther Translations
afschrikken ahuyentar; atemorizar; aterrar asustar; espantar
bang maken ahuyentar; atemorizar; aterrar
verschrikken ahuyentar; atemorizar; aterrar espantar; meter miedo

Synonyms for "aterrar":


Wiktionary Translations for aterrar:

aterrar
verb
  1. vanuit de zee, de lucht of de ruimte voet op vaste bodem zetten