Summary
French to Dutch:   more detail...
  1. se déplacer:
  2. Wiktionary:


French

Detailed Translations for se déplacer from French to Dutch

se déplacer:

se déplacer verbe

  1. se déplacer (bouger)
    bewegen; zich verplaatsen
  2. se déplacer (mettre en mouvement; bouger; remuer; actionner)
    bewegen; in beweging brengen; beroeren
    • bewegen verbe (beweeg, beweegt, bewoog, bewogen, bewogen)
    • in beweging brengen verbe (breng in beweging, brengt in beweging, bracht in beweging, brachten in beweging, in beweging gebracht)
    • beroeren verbe (beroer, beroert, beroerde, beroerden, beroerd)

Translation Matrix for se déplacer:

VerbRelated TranslationsOther Translations
beroeren actionner; bouger; mettre en mouvement; remuer; se déplacer agiter; atteindre; battre; mélanger; remuer; toucher
bewegen actionner; bouger; mettre en mouvement; remuer; se déplacer
in beweging brengen actionner; bouger; mettre en mouvement; remuer; se déplacer
zich verplaatsen bouger; se déplacer

Wiktionary Translations for se déplacer:

se déplacer
  1. -

Cross Translation:
FromToVia
se déplacer zich bewegen; bewegen; zich verplaatsen move — to change place or posture; to go

Related Translations for se déplacer