Summary
French to Dutch:   more detail...
  1. venir de:
  2. Wiktionary:


French

Detailed Translations for venir de from French to Dutch

venir de:

venir de verbe

  1. venir de (descendre de; provenir de; être originaire de; )
    voortkomen; afstammen; afkomstig zijn; stammen; ontspruiten; spruiten
    • voortkomen verbe (kom voort, komt voort, kwam voort, kwamen voort, voortgekomen)
    • afstammen verbe (stam af, stamt af, stamde af, stamden af, afgestamd)
    • afkomstig zijn verbe (ben afkomstig, bent afkomstig, is afkomstig, was afkomstig, waren afkomstig, afkomstig geweest)
    • stammen verbe (stam, stamt, stamde, stamden, gestamd)
    • ontspruiten verbe (ontspruit, ontsproot, ontsproten, ontsproten)
    • spruiten verbe (spruit, sproot, sproten, gesproten)

Translation Matrix for venir de:

NounRelated TranslationsOther Translations
afstammen descendance; origine
spruiten boutures; crossettes; descendance; origine; plançons
stammen tribus; troncs
VerbRelated TranslationsOther Translations
afkomstig zijn descendre de; germer; provenir; provenir de; venir de; être issu de; être originaire de
afstammen descendre de; germer; provenir; provenir de; venir de; être issu de; être originaire de
ontspruiten descendre de; germer; provenir; provenir de; venir de; être issu de; être originaire de germer; naître de; pousser; prendre sa source
spruiten descendre de; germer; provenir; provenir de; venir de; être issu de; être originaire de donner des rejets; dériver; provenir; rejeter; résulter; être issu
stammen descendre de; germer; provenir; provenir de; venir de; être issu de; être originaire de
voortkomen descendre de; germer; provenir; provenir de; venir de; être issu de; être originaire de naître; se faire

Wiktionary Translations for venir de:

venir de
adverb
  1. even tevoren

Cross Translation:
FromToVia
venir de net; zojuist; pas; onlangs just — recently

Related Translations for venir de