Dutch

Detailed Translations for depot from Dutch to German

depot:

depot [de ~ (m)] nom

  1. de depot (opslagplaats; warenhuis; pakhuis; )
    Warenhaus; Kaufhaus; Depot; Warenlager; Großhandelsgebäude; Magazin; der Lagerraum; Lager; Geschäft; die Deponie; Vorratslager; der Speicher; die Geschäfte; der Sammelplatz; die Niederlage; Lagerhaus; der Lagerplatz
  2. de depot (bezinksel; residu; sediment; )
    Überbleibsel; die Ablagerung; der Bodensatz; der Restbestand; der Rest; der Niederschlag

Translation Matrix for depot:

NounRelated TranslationsOther Translations
Ablagerung afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bezinksel; dik; drab; droesem; grondsop; moer; zetsel
Bodensatz afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bezinksel; dik; drab; droesem; grondsop; moer; zetsel
Deponie bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis afvalhoop; belt; vuilnisbelt; vuilnisberg; vuilnishoop; vuilstortplaats
Depot bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis magazijn; provisiekamer; voorraadkamer; voorraadplaats
Geschäft bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis bedrijf; deal; handel; kleine onderneming; nering; transactie; winkel; winkelbedrijf; winkelzaak; zaak
Geschäfte bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis aangelegenheden; affaires; commercie; deal; handel; transactie; wereldse zaken; zaak; zaken
Großhandelsgebäude bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis groothandelsgebouw
Kaufhaus bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis warenhuis
Lager bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis berging; bewaarplaats; hazenleger; lager; leger; legerplaats; licht bier; ligopslagplaats; magazijn; opslag; opslagplaats; pils; provisiekamer; voorraad; voorraadkamer; voorraadmagazijn; voorraadplaats
Lagerhaus bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis
Lagerplatz bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis hazenleger; lager; leger; legerplaats; locatie; opslagruimte
Lagerraum bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis ligopslagplaats; opslagruimte
Magazin bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis bericht; blad; geweermagazijn; ligopslagplaats; maandblad; magazijn; magazine; periodiek; provisiekamer; tijdschrift; tijdspiegel; tv-programma; voorraadkamer; voorraadmagazijn; voorraadplaats; weekblad
Niederlage bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis nederlaag; overwonnen-worden; verlies
Niederschlag afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bezinksel; dik; drab; droesem; grondsop; moer; zetsel
Rest afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel agio; bon; coupon; exces; hachee; het overgeblevene; laatste rest; lap; overblijfsel; overschot; prak; residu; rest; restant; staartje; stuk stof; surplus; teveel
Restbestand afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel agio; bon; coupon; exces; het overgeblevene; laatste rest; lap; overblijfsel; overschot; rest; restant; stuk stof; surplus; teveel
Sammelplatz bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis plaats van samenkomst; trefpunt; verzamelplaats
Speicher bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis archief; dakverdieping; geheugen; magazijn; provisiekamer; tijdelijk geheugen; vliering; voorraadkamer; voorraadplaats; zolder; zolderverdieping
Vorratslager bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis magazijn; provisiekamer; voorraadkamer; voorraadplaats
Warenhaus bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis
Warenlager bergplaats; depot; opslagplaats; opslagruimte; pakhuis; voorraadschuur; warenhuis magazijn; provisiekamer; voorraadkamer; voorraadplaats
Überbleibsel afzetsel; bezinksel; depot; droesem; grondsop; residu; sediment; zetsel bon; coupon; het overgeblevene; laatste rest; overblijfsel; overschot; rest; restant; staartje
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
Geschäft Werk

Related Words for "depot":


Wiktionary Translations for depot:

depot
noun
  1. Raum oder Gebäude zur geordneten Unterbringung von Waren

External Machine Translations: