Dutch

Detailed Translations for economie from Dutch to German

economie:

economie [de ~ (v)] nom

  1. de economie (economiestudie)
  2. de economie (staathuishoudkunde; volkshuishouding)
    die Ökonomie; die Wirtschaft; die Staatsökonomie; die Konjunktur; die Nationalökonomie; die Volkswirtschaft
  3. de economie
    die Wirtschaft

Translation Matrix for economie:

NounRelated TranslationsOther Translations
Konjunktur economie; staathuishoudkunde; volkshuishouding conjunctuur; economische conjunctuur
Nationalökonomie economie; staathuishoudkunde; volkshuishouding
Staatsökonomie economie; staathuishoudkunde; volkshuishouding
Studium der Ökonomie economie; economiestudie
Volkswirtschaft economie; economiestudie; staathuishoudkunde; volkshuishouding bedrijfsleven; nationale economie
Wirtschaft economie; economiestudie; staathuishoudkunde; volkshuishouding ambacht; bar; bedrijfsleven; café; knijp; kroeg; lokaliteit; métier; stiel; tapperij; taveerne; vak
Ökonomie economie; staathuishoudkunde; volkshuishouding bedrijfsleven

Wiktionary Translations for economie:

economie
  1. Gesamtheit menschlichen Handelns und der dazu benötigten Werkzeuge und Einrichtungen zur Befriedigung von Bedürfnissen
noun
  1. die Struktur der Wirtschaft eines Gebietes
  2. sparsamer Gebrauch/Umgang von/mit etwas

Cross Translation:
FromToVia
economie Wirtschaftswissenschaft; Ökonomie economics — study
economie Wirtschaft; Ökonomie economy — production and distribution and consumption
economie Ökonomie; Wirtschaft economy — frugal use of resources

External Machine Translations:

Related Translations for economie