Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. een halt toeroepen:


Dutch

Detailed Translations for een halt toeroepen from Dutch to German

een halt toeroepen:

een halt toeroepen verbe (roep een halt toe, roept een halt toe, riep een halt toe, riepen een halt toe, een halt toegeroepen)

  1. een halt toeroepen
    stoppen; halt zurufen

Conjugations for een halt toeroepen:

o.t.t.
  1. roep een halt toe
  2. roept een halt toe
  3. roept een halt toe
  4. roepen een halt toe
  5. roepen een halt toe
  6. roepen een halt toe
o.v.t.
  1. riep een halt toe
  2. riep een halt toe
  3. riep een halt toe
  4. riepen een halt toe
  5. riepen een halt toe
  6. riepen een halt toe
v.t.t.
  1. heb een halt toegeroepen
  2. hebt een halt toegeroepen
  3. heeft een halt toegeroepen
  4. hebben een halt toegeroepen
  5. hebben een halt toegeroepen
  6. hebben een halt toegeroepen
v.v.t.
  1. had een halt toegeroepen
  2. had een halt toegeroepen
  3. had een halt toegeroepen
  4. hadden een halt toegeroepen
  5. hadden een halt toegeroepen
  6. hadden een halt toegeroepen
o.t.t.t.
  1. zal een halt toeroepen
  2. zult een halt toeroepen
  3. zal een halt toeroepen
  4. zullen een halt toeroepen
  5. zullen een halt toeroepen
  6. zullen een halt toeroepen
o.v.t.t.
  1. zou een halt toeroepen
  2. zou een halt toeroepen
  3. zou een halt toeroepen
  4. zouden een halt toeroepen
  5. zouden een halt toeroepen
  6. zouden een halt toeroepen
diversen
  1. roep een halt toe!
  2. roept een halt toe!
  3. een halt toegeroepen
  4. een halt toeroepend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for een halt toeroepen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
halt zurufen een halt toeroepen
stoppen een halt toeroepen afremmen; afzetten; de tijd opnemen; doen stoppen; halt houden; klokken; ophouden; remmen; stilzetten; stoppen; stopzetten; tegenhouden; timen; tot staan brengen; tot stilstand brengen

Related Translations for een halt toeroepen