Dutch

Detailed Translations for eindpunt from Dutch to German

eindpunt:

eindpunt [het ~] nom

  1. het eindpunt (reisbestemming; bestemming; doel)
    die Bestimmung; die Reisebestimmung; Ziel
  2. het eindpunt (afstand; distantie)
    der Abstand; die Distanz; die Entfernung
  3. het eindpunt (finishlijn; finish; einde; meet; eindstreep)
    Finish; Ziel; die Ziellinie
  4. het eindpunt (uiteindelijke doel; bestemming; eindstation; eindhalte)
    die Bestimmung; der Zielbahnhof; Entgültiges Ziel
  5. het eindpunt
    der Endpunkt

Translation Matrix for eindpunt:

NounRelated TranslationsOther Translations
Abstand afstand; distantie; eindpunt losgeld; opvulling; spatie
Bestimmung bestemming; doel; eindhalte; eindpunt; eindstation; reisbestemming; uiteindelijke doel afspraak; akkoord; bepaling; besluit; besluiten; constatering; determinatie; discipline; dwang; gehoorzaamheid; onderwerping; orde; overeenkomst; raadsbesluit; regel; regeling; reglement; schikking; tucht; vaststelling; voorschrift; wet
Distanz afstand; distantie; eindpunt
Endpunkt eindpunt einde; eindhalte; finale; laatste halte
Entfernung afstand; distantie; eindpunt royement; schrapping; uitsluiting; uitstoting; verwijdering
Entgültiges Ziel bestemming; eindhalte; eindpunt; eindstation; uiteindelijke doel
Finish einde; eindpunt; eindstreep; finish; finishlijn; meet glans; glanslaag
Reisebestimmung bestemming; doel; eindpunt; reisbestemming
Ziel bestemming; doel; einde; eindpunt; eindstreep; finish; finishlijn; meet; reisbestemming doel; doel bij voetbalwedstrijd; doel-; doeleinde; doelstelling; doelvoorziening; doelwit; eindpaal; goal; intentie; inzet; mikpunt; moedwil; streven; voornemen
Zielbahnhof bestemming; eindhalte; eindpunt; eindstation; uiteindelijke doel
Ziellinie einde; eindpunt; eindstreep; finish; finishlijn; meet rooilijn

Related Words for "eindpunt":

  • eindpunten