Dutch

Detailed Translations for geducht from Dutch to German

geducht:


Translation Matrix for geducht:

VerbRelated TranslationsOther Translations
energisch doortasten
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
fett geducht; in hoge mate banaal; corpulent; dik; gezet; grof; laag-bij-de-grond; lijvig; lomp; machtig; moddervet; moeilijk verteerbaar; morsig; omvangrijk; plat; platvloers; ranzig; schunnig; slecht verteerbaar; slonzig; slordig; smerig; triviaal; vet; vettig; vies; viezig; voddig; volumineus; vuil; vunzig; zwaar; zwaar van lijf; zwaarlijvig
schwer groots; grootschalig; reuze
OtherRelated TranslationsOther Translations
energisch flink
ModifierRelated TranslationsOther Translations
Angst einjagend angstwekkend; geducht; vervaarlijk; vreeswekkend
beängstigend angstwekkend; geducht; vervaarlijk; vreeswekkend
energisch geducht; in hoge mate beslist; besluitvaardig; daadkrachtig; doortastend; drastisch; dynamisch; energiek; ferm; geanimeerd; gedecideerd; kordaat; krachtdadig; krachtig; levendig; resoluut; standvastig; sterk; vastberaden; vief; vol fut; voortvarend
enorm geducht; in hoge mate ambitieus; eerzuchtig; enorm; enorm groot; fantastisch; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; heel erg; heel groot; immens; imposant; in zeer hoge mate; indrukwekkend; kolossaal; magnifiek; onmetelijk; onnoembaar; ontzaggelijk; ontzagwekkend; overdonderend; overweldigend; reusachtig; reuze; schitterend; streverig; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk; weids; zeer groot
formidabel geducht; in hoge mate fantastisch; formidabel; geweldig; goddelijk; heerlijk; hemels; mieters; paradijselijk; patent; perfect; prachtig; uitmuntend; uitstekend; verrukkelijk; volmaakt; voortreffelijk; zalig
furchterregend angstwekkend; geducht; vervaarlijk; vreeswekkend dreigend; eng
gewaltig geducht; in hoge mate afschuwelijk; afstotelijk; afstotend; barbaars; beestachtig; bliksems; bruut; enorm; fantastisch; fenomenaal; geweldig; gigantisch; groots; heel erg; heel groot; immens; in zeer hoge mate; inhumaan; intens; intensief; kolossaal; misselijkmakend; monsterlijk; onmenselijk; onmetelijk; puik; reusachtig; reuze; verdraaid; verduiveld; walgelijk; weerzinwekkend; weids; wreed; zeer groot
großartig geducht; in hoge mate ambitieus; betoverend; eerzuchtig; enorm; fabelachtig; fantastisch; fenomenaal; fier; flink; formidabel; gaaf; geweldig; gigantisch; glansrijk; glorierijk; glorieus; grandioos; groots; heel groot; heerlijk; immens; in zeer hoge mate; kolossaal; kostelijk; krankzinnig; luisterrijk; lustrijk; magnifiek; mieters; onmetelijk; oogverblindend; prachtig; prat; prinsheerlijk; puik; reusachtig; reuze; roemrijk; roemvol; schitterend; streverig; te gek; tof; trots; uitnemend; uitstekend; verblindend; voortreffelijk; waanzinnig; weids; wijs; zeer groot
herrschaftlich geducht; in hoge mate aanzienlijk; adelijk; beroemd; doorluchtig; gedistingeerd; gewichtig; hooggeplaatst; illuster; plechtig; plechtstatig; statig; verheven; voornaam; zeer plechtig
kolossal geducht; in hoge mate enorm; gigantisch; groots; heel erg; heel groot; immens; imposant; in zeer hoge mate; indrukwekkend; kolossaal; onmetelijk; ontzaggelijk; ontzagwekkend; overdonderend; overweldigend; reusachtig; reuze; weids; zeer groot
mächtig geducht; in hoge mate
scharf geducht; in hoge mate agressief; barbaars; beestachtig; bijtend; bijterig; bits; brandend; bruut; fel; felle; fonkelend; gekruid; gepeperd; gewelddadig; gloeiend; goed snijdend; hanig; hartig; heet; heftig; hel; hevig; inbijtend; inhumaan; invretend; inwerkend; kattig; kruidig; messcherp; met sarcasme; monsterlijk; onbeheerst; onmenselijk; onstuimig; onvriendelijk; pikant; pinnig; pittig; sarcastisch; scherp; scherp van smaak; scherpgerand; smaak prikkelend; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig; vlijmend; vlijmscherp; vurig; warm; wreed
schwer geducht; in hoge mate aanmerkelijk; aanzienlijk; afgezaagd; agressief; beduidend; behoorlijk; beklemmend; delicaat; dikwijls; ellendig; enorm; flink; fors; frequent; gewelddadig; grof; grofgebouwd; hachelijk; hinderlijk; knellend; kritiek; langdraadig; langwijlig; lastig; lomp; machtig; massief; meermaals; melig; menigmaal; met een groot gewicht; moeilijk verteerbaar; naar; netelig; niet hol; nijpend; onaangenaam; ongelegen; onplezierig; onverkwikkelijk; penibel; precair; regelmatig; rot; ruw; saai; slecht verteerbaar; smartelijk; storend; vaak; veelvuldig; vervelend; zwaar
schwerverdaulich geducht; in hoge mate machtig; moeilijk verteerbaar; slecht verteerbaar; zwaar
stark geducht; in hoge mate agressief; breed; dapper; dik; dikwijls; erg; fantastisch; fel; ferm; flink; fors; frequent; fysiek sterk; gaaf; gestreng; gewelddadig; geweldig; gigantisch; grandioos; groots; heftig; heldhaftig; heroïsch; hevig; immens; in details; kloek; kolossaal; krachtig; lijvig; magnifiek; massief; meermaals; menigmaal; mieters; moedig; niet hol; niet toegevend; onverschrokken; potig; regelmatig; reusachtig; schitterend; stabiel; sterk; stevig; stout; stoutmoedig; streng; tof; uit de kluiten gewassen; uitgewerkt; uitnemend; uitstekend; vaak; veelvuldig; vet; voortreffelijk; zeer groot; zwaar van lijf
ungeheuer geducht; in hoge mate enorm; gigantisch; groots; heel erg; heel groot; immens; in zeer hoge mate; kolossaal; onmetelijk; ontzaglijk; reusachtig; reuze; weids; zeer groot

Related Words for "geducht":

  • geduchtheid, geduchter, geduchtere, geduchte

Wiktionary Translations for geducht:


Cross Translation:
FromToVia
geducht mächtig; vermögend; gewaltig; kräftig; stark; schwer puissant — Qui a beaucoup de pouvoir.

geducht form of duchten:

duchten verbe (ducht, duchtte, duchtten, geducht)

  1. duchten
    befürchten; fürchten
    • befürchten verbe (befürchte, befürchtest, befürchtet, befürchtete, befürchtetet, befürchtet)
    • fürchten verbe (fürchte, fürchtest, fürchtet, fürchtete, fürchtetet, gefürcht)

Conjugations for duchten:

o.t.t.
  1. ducht
  2. ducht
  3. ducht
  4. duchten
  5. duchten
  6. duchten
o.v.t.
  1. duchtte
  2. duchtte
  3. duchtte
  4. duchtten
  5. duchtten
  6. duchtten
v.t.t.
  1. heb geducht
  2. hebt geducht
  3. heeft geducht
  4. hebben geducht
  5. hebben geducht
  6. hebben geducht
v.v.t.
  1. had geducht
  2. had geducht
  3. had geducht
  4. hadden geducht
  5. hadden geducht
  6. hadden geducht
o.t.t.t.
  1. zal duchten
  2. zult duchten
  3. zal duchten
  4. zullen duchten
  5. zullen duchten
  6. zullen duchten
o.v.t.t.
  1. zou duchten
  2. zou duchten
  3. zou duchten
  4. zouden duchten
  5. zouden duchten
  6. zouden duchten
diversen
  1. ducht!
  2. ducht!
  3. geducht
  4. duchtend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for duchten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
befürchten duchten terugschrikken voor
fürchten duchten bang zijn; schrikken; terugschrikken voor; vrees koesteren; vrezen

Wiktionary Translations for duchten:

duchten
verb
  1. (transitiv), etwas fürchten: etwas achten, vor etwas Ehrfurcht haben

Cross Translation:
FromToVia
duchten fürchten; bangen; befürchten; ängstigen; zagen craindre — Envisager quelqu’un ou quelque chose comme nuisible ou dangereux.
duchten fürchten; befürchten; ängstigen redouter — Craindre fort.