Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. neergooien:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for neergooien from Dutch to German

neergooien:

neergooien verbe (gooi neer, gooit neer, gooide neer, gooiden neer, neergegooid)

  1. neergooien (naar beneden gooien; op de grond gooien)

Conjugations for neergooien:

o.t.t.
  1. gooi neer
  2. gooit neer
  3. gooit neer
  4. gooien neer
  5. gooien neer
  6. gooien neer
o.v.t.
  1. gooide neer
  2. gooide neer
  3. gooide neer
  4. gooiden neer
  5. gooiden neer
  6. gooiden neer
v.t.t.
  1. heb neergegooid
  2. hebt neergegooid
  3. heeft neergegooid
  4. hebben neergegooid
  5. hebben neergegooid
  6. hebben neergegooid
v.v.t.
  1. had neergegooid
  2. had neergegooid
  3. had neergegooid
  4. hadden neergegooid
  5. hadden neergegooid
  6. hadden neergegooid
o.t.t.t.
  1. zal neergooien
  2. zult neergooien
  3. zal neergooien
  4. zullen neergooien
  5. zullen neergooien
  6. zullen neergooien
o.v.t.t.
  1. zou neergooien
  2. zou neergooien
  3. zou neergooien
  4. zouden neergooien
  5. zouden neergooien
  6. zouden neergooien
en verder
  1. ben neergegooid
  2. bent neergegooid
  3. is neergegooid
  4. zijn neergegooid
  5. zijn neergegooid
  6. zijn neergegooid
diversen
  1. gooi neer!
  2. gooit neer!
  3. neergegooid
  4. neergooiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for neergooien:

VerbRelated TranslationsOther Translations
herunterwerfen naar beneden gooien; neergooien; op de grond gooien
hinauswerfen naar beneden gooien; neergooien; op de grond gooien

Wiktionary Translations for neergooien:


Cross Translation:
FromToVia
neergooien hinwerfen; wegwerfen cast — to throw down or aside
neergooien dabeibleiben stick — to remain loyal or firm

External Machine Translations: