Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. promoveren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for promoveren from Dutch to German

promoveren:

promoveren verbe (promoveer, promoveert, promoveerde, promoveerden, gepromoveerd)

  1. promoveren (bevorderen)
    befördern; avancieren
    • befördern verbe (befördere, beförderst, befördert, beförderte, befördertet, befördert)
    • avancieren verbe (avanciere, avancierst, avanciert, avancierte, avanciertet, avanciert)

Conjugations for promoveren:

o.t.t.
  1. promoveer
  2. promoveert
  3. promoveert
  4. promoveren
  5. promoveren
  6. promoveren
o.v.t.
  1. promoveerde
  2. promoveerde
  3. promoveerde
  4. promoveerden
  5. promoveerden
  6. promoveerden
v.t.t.
  1. ben gepromoveerd
  2. bent gepromoveerd
  3. is gepromoveerd
  4. zijn gepromoveerd
  5. zijn gepromoveerd
  6. zijn gepromoveerd
v.v.t.
  1. was gepromoveerd
  2. was gepromoveerd
  3. was gepromoveerd
  4. waren gepromoveerd
  5. waren gepromoveerd
  6. waren gepromoveerd
o.t.t.t.
  1. zal promoveren
  2. zult promoveren
  3. zal promoveren
  4. zullen promoveren
  5. zullen promoveren
  6. zullen promoveren
o.v.t.t.
  1. zou promoveren
  2. zou promoveren
  3. zou promoveren
  4. zouden promoveren
  5. zouden promoveren
  6. zouden promoveren
diversen
  1. promoveer!
  2. promoveert!
  3. gepromoveerd
  4. promoverend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for promoveren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
avancieren bevorderen; promoveren avanceren; helpen; promoten
befördern bevorderen; promoveren avanceren; communiceren; helpen; iets transporteren; overbrengen; promoten; transporteren; vervoeren

Wiktionary Translations for promoveren:


Cross Translation:
FromToVia
promoveren absolvieren graduate — to be recognized by a university as having completed the requirements of a degree
promoveren befördern; promovieren promote — raise someone to a more important, responsible, or remunerative job or rank
promoveren befördern promouvoir — Élever à quelque grade, à quelque dignité d’un rang supérieur.