Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. ruggespraak houden:


Dutch

Detailed Translations for ruggespraak houden from Dutch to German

ruggespraak houden:

ruggespraak houden verbe

  1. ruggespraak houden
    ankündigen
    • ankündigen verbe (kündige an, kündigst an, kündigt an, kündigte an, kündigtet an, angekündigt)

Translation Matrix for ruggespraak houden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
ankündigen ruggespraak houden afkondigen; decreteren; iets aankondigen; in aantocht zijn; uitvaardigen; zich aandienen; zich voordoen

Related Translations for ruggespraak houden