Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. toedraaien:


Dutch

Detailed Translations for toedraaien from Dutch to German

toedraaien:

toedraaien verbe (draai toe, draait toe, draaide toe, draaiden toe, toegedraaid)

  1. toedraaien
    zudrehen
    • zudrehen verbe (drehe zu, drehst zu, dreht zu, drehte zu, drehtet zu, zugedreht)

Conjugations for toedraaien:

o.t.t.
  1. draai toe
  2. draait toe
  3. draait toe
  4. draaien toe
  5. draaien toe
  6. draaien toe
o.v.t.
  1. draaide toe
  2. draaide toe
  3. draaide toe
  4. draaiden toe
  5. draaiden toe
  6. draaiden toe
v.t.t.
  1. heb toegedraaid
  2. hebt toegedraaid
  3. heeft toegedraaid
  4. hebben toegedraaid
  5. hebben toegedraaid
  6. hebben toegedraaid
v.v.t.
  1. had toegedraaid
  2. had toegedraaid
  3. had toegedraaid
  4. hadden toegedraaid
  5. hadden toegedraaid
  6. hadden toegedraaid
o.t.t.t.
  1. zal toedraaien
  2. zult toedraaien
  3. zal toedraaien
  4. zullen toedraaien
  5. zullen toedraaien
  6. zullen toedraaien
o.v.t.t.
  1. zou toedraaien
  2. zou toedraaien
  3. zou toedraaien
  4. zouden toedraaien
  5. zouden toedraaien
  6. zouden toedraaien
en verder
  1. ben toegedraaid
  2. bent toegedraaid
  3. is toegedraaid
  4. zijn toegedraaid
  5. zijn toegedraaid
  6. zijn toegedraaid
diversen
  1. draai toe!
  2. draait toe!
  3. toegedraaid
  4. toedraaiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for toedraaien:

VerbRelated TranslationsOther Translations
zudrehen toedraaien afsluiten; dichtdoen; dichtdraaien