Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. vaat doen:


Dutch

Detailed Translations for vaat doen from Dutch to German

vaat doen:

vaat doen verbe (doe vaat, doet vaat, deed vaat, deden vaat, vaat gedaan)

  1. vaat doen (afwassen)
    abwaschen; spülen
    • abwaschen verbe (wasche ab, wäschst ab, wäscht ab, wusch ab, wuscht ab, abgewaschen)
    • spülen verbe (spüle, spülst, spült, spülte, spültet, gespült)

Conjugations for vaat doen:

o.t.t.
  1. doe vaat
  2. doet vaat
  3. doet vaat
  4. doen vaat
  5. doen vaat
  6. doen vaat
o.v.t.
  1. deed vaat
  2. deed vaat
  3. deed vaat
  4. deden vaat
  5. deden vaat
  6. deden vaat
v.t.t.
  1. heb vaat gedaan
  2. hebt vaat gedaan
  3. heeft vaat gedaan
  4. hebben vaat gedaan
  5. hebben vaat gedaan
  6. hebben vaat gedaan
v.v.t.
  1. had vaat gedaan
  2. had vaat gedaan
  3. had vaat gedaan
  4. hadden vaat gedaan
  5. hadden vaat gedaan
  6. hadden vaat gedaan
o.t.t.t.
  1. zal vaat doen
  2. zult vaat doen
  3. zal vaat doen
  4. zullen vaat doen
  5. zullen vaat doen
  6. zullen vaat doen
o.v.t.t.
  1. zou vaat doen
  2. zou vaat doen
  3. zou vaat doen
  4. zouden vaat doen
  5. zouden vaat doen
  6. zouden vaat doen
en verder
  1. ben vaat gedaan
  2. bent vaat gedaan
  3. is vaat gedaan
  4. zijn vaat gedaan
  5. zijn vaat gedaan
  6. zijn vaat gedaan
diversen
  1. doe vaat!
  2. doet vaat!
  3. vaat gedaan
  4. vaat doend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vaat doen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
abwaschen afwassen; vaat doen
spülen afwassen; vaat doen aandrijven; aanspoelen; doorspoelen; doortrekken; spoelen; wegspoelen

Related Translations for vaat doen